Onderwijsinnovatie

2.1 Practoraat en lectoraten

2.1.1 Verschillen Waarderen

 

Het practoraat ‘Verschillen Waarderen’, waaraan zeven mbo-instellingen zich hebben verbonden, houdt zich vanaf 2018 bezig met het onbevooroordeeld omgaan met diversiteit in al haar vormen en het tegengaan van polarisering. Dit thema raakt aan burgerschap, persoonsvorming en identiteitsontwikkeling. Het practoraat wil inspireren en raken, en uitnodigen om te experimenteren zonder bang te zijn om te falen. Het wil stimuleren om buiten de hokjes te denken en om verbinding te maken tussen (groepen) mensen door studenten en onderwijsprofessionals te stimuleren tot empathie en compassie. Het practoraat werkt daarbij vanuit een morele definitie van burgerschap. Het practoraat koppelt moreel burgerschap aan het ontwikkelen van een verantwoordelijkheidsgevoel voor het welzijn van de medemens, de wereld en alles wat daarop leeft.

Het practoraat heeft meerdere functies: een verbindende functie, een onderzoeksfunctie, een professionaliseringsfunctie en een adviesfunctie. De drie zuilen waarop het practoraat is gebouwd zijn onderzoek, ontmoeting en inspiratie (https://verschillenwaarderen.nl/wp-content/uploads/2020/01/Vakblad-Profiel-09-2019-p05-07-2.pdf)

Onderzoek

Het oprecht aandacht hebben voor de ander is ook verwerkt in de manier waarop het practoraat onderzoek doet. Uitgangspunt van onderzoek zijn de verhalen uit de onderwijspraktijk in het mbo en wat we daarvan kunnen leren. Het practoraat ziet onderzoek als het spel van het zoeken naar verhalen. Het wil kennis verkrijgen ‘door de ogen van de ander’. Onderzoeksinstrumenten van kwalitatief onderzoek, zoals interviews, passen goed bij het thema ‘oprechte interesse in de ander’. Dat is belangrijk  als het gaat om verschillen waarderen. In 2019 zijn onderzoeken gestart rondom de thema’s ‘Omgaan met verschillen’ en ‘Empathie ontwikkelen: hoe doe je dat’. De resultaten van deze onderzoeken zullen in de komende jaren beschikbaar komen.

Ontmoeting

Het practoraat wil onderwijsprofessionals ook handvatten aanreiken om jongeren te begeleiden bij het leren openstaan voor de onbevooroordeelde ontmoeting met anderen. Het practoraat zoekt daarbij vooral de situaties op waarbij de verschillen groter lijken dan de overeenkomsten. Situaties waar mensen met diverse achtergronden en overtuigingen elkaar ontmoeten, samenleven, samen leren, samen werken. Net als in het onderzoek is het uitgangspunt voor ontmoeting het oprecht geïnteresseerd zijn in het verhaal van de ander. In 2019 zijn diverse workshops (en een tentoonstelling) georganiseerd waar thema’s als ‘Kijken met andere ogen’ en ‘Diversiteit en inclusie’ aan de orde kwamen. Ook in lezingen en denksessies is het thema ‘Verschillen waarderen’ uitgebreid aan de orde gekomen.

Inspiratie

Waar het practoraat vol vuur en enthousiasme voor gaat, is het onbevooroordeeld ontmoeten van mensen, ‘out of the box’ denken, verbinding maken tussen (groepen) mensen, verschillen waarderen. Het practoraat wil de geest inblazen en inademen, en raken en geraakt worden door persoonlijke verhalen. Kunst, film, muziek kunnen daarbij een hulpmiddel en inspiratiebron zijn. Daarom werkt het practoraat samen met filmmakers, musici en andere kunstenaars. Zo is het project ‘My cup of story’ uitgevoerd waar onder het motto van ‘verhalen vertellen helpt verschillen waarderen’ onderwijsprofessionals sensitiviteit ontwikkelen voor verschillen in de klas, tussen henzelf en studenten onderling, henzelf en collega’s. Bewustwording van ‘blinde vlekken’ in eigen docentgedrag en communicatie. Meer begrip voor de ander, waardoor verschillen met de ander gewaardeerd worden en docentgedrag minder wordt geleid door ongemak. De mbo-raad heeft 600 cups besteld (twee verhalen) voor de goodiebag van de professionaliseringsdag  rondom burgerschap op 11 oktober in Utrecht.

2.1.2 Duurzame innovatie in de regionale kenniseconomie

 

Dit lectoraat is een combinatie van NHL Stenden en het Alfa-college met als gezamenlijke opdracht: ontwikkel, onderzoek en verdiep nieuwe en duurzame vormen van regionale publiek-private samenwerking in lerende netwerken tussen hbo, mbo & bedrijfsleven op nieuwe combinaties van Vrije Tijd & Wonen & Gezondheid. De kenniskring bestaat in 2019 uit achttien kenniskringleden (zes vanuit het mbo, tien vanuit het hbo en twee externen) gebundeld in drie onderzoeksprogramma’s: Crossovers Vrije Tijd, Gezondheid en Wonen, Leren op de innovatieve werkplek en Lerende netwerken met totaal rond de 30 projecten in comakership met het bedrijfsleven. Het lectoraat werkt samen met de lectoraten Scenarioplanning en Marine Wetlands.

We dragen bij aan innovatieve en reallife crossover leeromgevingen in geheel Noord Nederland van Vrije Tijd, Gezondheid en Wonen in de vorm van hubs, labs of ateliers voor zowel docenten als studenten vanuit het mbo als vanuit het hbo in comakership met bedrijven: zoals de innovatiewerkplaats ‘Lerende Netwerken Unesco’ voor de twee dorpen Veenhuizen en Fredriksoord i.v.m. de verwachte Unesco-status per maart voor de Maatschappij van Weldadigheid. We doen onderzoek ter plekke naar het inrichten en onderhouden van multidisciplinaire netwerken, om te beginnen met tien of meer ondernemers uit Veenhuizen en Frederiksoord die betrokken zijn bij dit Unesco-project.

Onze kenniskringleden participeren in onderzoeken bij Leisure &Tourism (L&T), de derdejaars module Leisure Networks, de tweedejaars stageprogramma’s voor de AD-opleidingen L&T, de Master Educatief Leiderschap, de Master Healthy Ageing en enkele bestuurlijke netwerken zoals ZorgPact NL, het inrichten van de leergang ‘Innovatie voor docenten’ van het Alfa-college en de verduurzaming van het RIF Recoma Onderzoek alsmede de verduurzaming van Recomalab 2.0 door een vervolg te geven aan de resultaten en de verdere ontwikkeling van het Recomalab-concept binnen en door het reguliere onderwijs. In deze activiteiten participeren zowel de opleidingen Sport & Bewegen en Welzijn van het Alfa-college als de opleidingen Gezondheidswetenschappen en Sportstudies van de Hanzehogeschool. Voor ongeveer 40 collega’s, buddy’s van de kenniskringleden, hebben we in zowel Groningen als Leeuwarden leergemeenschappen in werking over hoe praktijkonderzoek en regulier onderwijs gekoppeld kunnen worden.

Ons accent in de tweede helft van 2019 lag op het inrichten en starten van een groot anderhalfjarig reflectie- en ontwikkelprogramma over wat het lectoraat het onderwijs, het bedrijfsleven en de wetenschap heeft gebracht, hoe dit geborgd is en wat de ‘next steps’ zijn i.v.m. de verduurzaming  van onze expertise en relaties. Dit alles i.v.m. de voorgenomen afsluiting van het lectoraat op 31 december 2020.

In november 2019 was de visitatie van ons lectoraat van de onderzoekseenheid Leisure&Tourism van de NHLStenden met al een eerste informele beoordeling nu : goed over het geheel en briljant v.w.b. de relatie onderwijs/onderzoek en het bedrijfsleven. Halverwege september zijn we gestart met een onderzoeksconsortium van reeds actieve dan wel beoogde PhD-kandidaten over waardecreatie binnen en door lerende netwerken voor bedrijven, studenten dan wel publiek-private organisaties. Met de ‘Toerisme Coöperatie Friesland’ voeren we twee onderzoeken uit naar de duurzaamheid in de netwerken van deze provinciale samenwerkingsvorm. Centraal staan hierbij het aangaan van duurzame partnerschappen met ondernemers op de hubs en innovatieve ‘living labs’ van deze coöperatie in Friesland. We oriënteren ons op eenzelfde constructie als de TCF in Drenthe en Groningen. Met de Hogeschool Zeeland voeren we onderzoek uit naar de succesfactoren en regionale verschillen bij  leren op de werkplek en in living labs voor onze docenten en studenten.

Ruim 80% van de ambities van 2019 zijn inmiddels gehaald en we zetten in op doorontwikkelen dan wel overdragen van onze erfenis naar het reguliere onderwijs en naar bedrijven in 2020. In 2020 zetten we sterk in op de presentatie van onze onderzoeken, op enquêtes en werksessies met onze partners, met E-books vol verdiepende interviews over de praktijk en tendensen bij de verduurzaming van het gedachtegoed van het lectoraat. We beogen twee boeken te schrijven, één wetenschappelijk boek over het reflectieonderzoek voor wetenschappers en één populair boek als reisgids door ons kennislandschap voor eenieder die letterlijk op reis wil daarlangs. We organiseren diverse schouwen en symposia over het resultaat van ons reflectieonderzoek en we organiseren een eindcongres annex afsluiting van het lectoraat in december 2020. Op dit moment richten we een digitale infotheek in, open voor eenieder die meer wil weten over onze uitkomsten en publicaties.

2.1.3 Ondernemen in verandering

In februari 2017 is het Lectoraat ‘Ondernemen in Verandering’, een samenwerking tussen de Hanzehogeschool en het Alfa-college gestart. Het lectoraat startte met een viertal aandachtsgebieden: faal- en succesfactoren voor ondernemers in het Noorden, vernieuwend ondernemerschapsonderwijs, retail-onderwijs en bedrijfsopvolging. Het versterken van het ondernemend vermogen van individuen en organisaties staat centraal.

In 2017 heeft het lectoraat een kenniskring samengesteld, onderzoeken afgerond, trainingen verzorgd, financiering verzorgd en een inclusieve methode ontwikkeld en uitgetest. Uit dit jaar kwam naar voren dat er behoefte was aan een methode van samenwerking waarbij deelnemers uitgedaagd zouden worden. In 2018 is de wens uitgesproken om te internationaliseren en een netwerk op te zetten rondom ondernemerschapseducatie.

In 2019 was het uitgangspunt dat het ondernemend vermogen versterkt kan worden door andere manieren van samenwerken en dat deelnemers competent en getraind moeten zijn om op een andere manier samen te werken.

Deze samenwerkingsverbanden zijn in principe inclusief, probleemgericht en vaak multilevel en multidisciplinair. Daarnaast zijn ze gericht op basis van gelijkwaardigheid. Met de juiste skills is het mogelijk om vanuit een organisatie (mkb, organisaties, overheid, onderwijs) of vanuit een eigen initiatief samen te werken aan innovatie. Deze samenwerkingen vinden plaats in ‘ruimten’ waarbij nabijheid, gastvrijheid en toegankelijkheid kernbegrippen zijn. Een voorbeeld van zo’n samenwerkingsvorm is de critical friend methode.

Het lectoraat en partners experimenteerden in 2019 met de designcriteria voor deze samenwerkingen. Experimentele ruimten worden vormgegeven en deelnemers worden geschoold en activiteiten vinden plaats. Vervolgens wordt de impact geanalyseerd en worden resultaten verwerkt in volgende versies. De samenwerking van mbo- en hbo-studenten met partners aan uitgesproken uitdagingen staat daarbij centraal.

In 2019 is de ontwikkeling van met name de critical friend methode in een stroomversnelling gekomen en dit heeft geresulteerd in een leergang voor docenten. Deze leergang is in nauwe samenwerking met de Rijnlandacademie ontwikkeld en uitgevoerd.

Concrete projecten die plaatsvonden in 2019 zijn:

Intensieve betrokkenheid bij de ondernemerschapsprogramma’s verzorging, detailhandel, ICT en de kunsten.

In mei 2019 organiseerde het lectoraat het inspirerende symposium ‘Inclusive Serendipitous Hospitality Spaces’. Dit symposium vond plaats bij zowel het Alfa-college als de Hanzehogeschool. Het onderwerp ging over entrepreneurship in een veranderende wereld.

Op internationaal niveau is het lectoraat onderdeel van het Interreg Project E-COOL. Medewerkers van de Hanzehogeschool Groningen en het Alfa-college organiseerden op 27 en 28 november 2019 de E-COOL-conferentie. De tien partners ontmoetten elkaar in Groningen om van elkaar te leren en te kijken hoe ze gezamenlijk de ondernemende houding en mindset van jongeren in hun regio kunnen stimuleren. De Europese regio's werken samen in het project E-COOL om de ondernemende houding van jongeren te verbeteren.

Een voorbeeld van een samenwerking is de innovatiewerkplaats ‘Ontdekkingsstraten’. Hoe kun je de bezoeker van de binnenstad van Groningen, Hardenberg en Assen een andere ervaring bieden en blijven verrassen? Studenten van de Hanzehogeschool Groningen en het Alfa-college gaan dit onderzoeken in de innovatiewerkplaats. Hier werken zij samen met de gemeenten, de binnenstadorganisatie, ondernemers en andere partijen aan een beter stadscentrum. Het is een inspiratiebron om partijen en individuen uit te nodigen te participeren in het 'samen maken' van de binnenstad. Bezoekers en bewoners doen nieuwe ontdekkingen en leggen nieuwe contacten. Een ontdekkingsstraat hoeft niet direct een daadwerkelijke straat te zijn. Een ontdekkingsstraat is een manier van werken, organiseren en denken. Aan de werkwijze ligt een vignet met daarop zes criteria ten grondslag. Het vignet is gepubliceerd in het tijdschrift Leisure Studies.

De resultaten van 2019 waren bijzonder positief, met name het enthousiasme van participanten t.a.v. de samenwerkingen was indrukwekkend.

Het lectoraat ‘Ondernemen in Verandering’ heeft twee promovendi. Ze promoveren bij de RUG en het lectoraat is in deze constructie co-supervisor. De onderwerpen zijn ‘Statushouders en ondernemerschap’ en ‘Ondernemerschapsonderwijs’. In 2020 staat een publicatie gepland over statushouders en ondernemerschap in Groningen.

Voor het komende jaar wordt ingezet op het opschalen van de ingeslagen weg. Valorisatie zal plaatsvinden door de leergang versterkt aan te bieden aan docenten, onderwijsmanagers en partners, te publiceren en samen te werken met partners aan de ontwikkeling van de samenwerkingen. Een beroep wordt gedaan op steun van regionale, nationale en internationale fondsen om samen met partners en stakeholders grootschalige experimenten uit te voeren. Met als doel het versterken van het ondernemend vermogen van individuen en organisaties en de koppeling mbo en hbo inhoudelijk te versterken.

2.2 RIF-projecten

2.2.1 Regionaal Co-makership

 

In 2019 is in het Alfa-college het vierjarig mbo RIF ReCoMa-programma afgerond. De hoofddoelstelling van dit programma is het versterken van de regionale economie en het opleiden van mbo-werknemers van de 21e eeuw. Aan deze hoofddoelstelling is gewerkt in drie subdoelen: 

  1. Het creëren van lerende netwerken van beroepsonderwijs, instellingen, bedrijven en overheden, waarbinnen als partners in ontwikkeling gewerkt wordt aan innovatievraagstukken uit de regio.
  2. Het vernieuwen van het onderwijsprogramma (doorlopend en actualiserend), met als resultaten: branche-overstijgende opleidingsprogramma’s, plusprogramma’s voor keuzedelen en voor bijscholing.
  3. Programma opstellen voor een brede invoering van het model Regionaal Co-makership in het Alfa-college.

De volgende resultaten kunnen worden genoemd:

Ad 1. Er werden nieuwe netwerken gerealiseerd of opleidingen sloten aan bij bestaande netwerken. Doel van de samenwerking in de netwerken is het duurzaam samenwerken aan innovatieve vraagstukken uit de regio; multidisciplinair en multi-level. In de innovatieve contexten leiden we samen met het bedrijfsleven de werknemer van de 21e eeuw op. Voorbeelden van dergelijke netwerken /partnerschappen zijn:

  • Vitaal Doen https://www.vitaalvechtdal.nl/over/partners
  • ReCoMa-lab Partnerschappen: samenwerking met verschillende partners bij het Suikerunieterrein, het Europapark, Noorderbrug, Talent Web, Stichting de 4 elementen Stroobos  etc.

Binnen de netwerken en partnerschappen is door 1900 studenten mbo en hbo en met 145 docenten samengewerkt aan ruim 500 verschillende innovatievraagstukken. De ervaringen en het samen leren daarvan dragen bij aan doorlopende verbetering en vernieuwing van het onderwijs.

Ad 2. Er zijn een aantal kortlopende modulen en cursussen ontwikkeld: modulen vo-mbo-hbo, hbo-v, projectwijzers projectmatig werken en scrum-methodiek. In totaal trok dit 270 deelnemers. Gevolg ervan en van de samenwerking in de netwerken is dat op een aantal plekken in de organisatie aanpassingen zijn gedaan in de onderwijsmethodiek en de manier waarop het onderwijs (op de locatie) is georganiseerd.

Ad 3  Er is een verduurzamingsprogramma ontwikkeld dat ondersteunt op meerdere aspecten: met het oog op de veranderde rol van de docent is ingezet op coaching, projectmatig werken, benadering van het werkveld en is er een leergang ‘samen leren van innoveren’ voor docenten ontwikkeld.

Het driejarige onderzoek naar regionaal co-makership in het Alfa-college levert voor de nabije toekomst handvatten en inzichten om de verduurzaming verder vorm te geven.

2.2.2 FieldlabPracTICe

Fieldlab PracTICe is een samenwerking tussen het Alfa-college, bedrijven uit de bouw- en installatiebranche, EPI-kenniscentrum, OTIB, Techniek Nederland, Bouwend Nederland, andere onderwijsinstellingen en overheidsorganisaties. Het doel van de samenwerking is het vernieuwen van opleidingen in de Techniek. Zo wordt gepoogd om het beroepsonderwijs beter te laten aansluiten op regionale ontwikkelingen en de vraag van het bedrijfsleven. De thema’s aardbevingsbestendig, energieneutraal en levensloopbestendig bouwen staan centraal. Het programma liep aanvankelijk van 1 mei 2017 tot en met 30 april 2021, maar is in 2019 met een jaar verlengd.  

2019 was succesvol

2019 is voor de RIF Fieldlab PracTICe een succesvol jaar geweest.

In dit tweede jaar van de RIF is veel veranderd. In kwantitatieve zin betekende dit:

  • Forse uitbreiding van de activiteiten. 
  • Het aantal deelnemende studenten, docenten en bedrijven is meer dan verdubbeld van 1082 naar 2431. 
  • Nieuwe samenwerkingsovereenkomsten met acht bedrijven en één school en samenwerking met de RIF ZorgThuis van het Noorderpoort.

Eén van de hoogtepunten van 2019 was de conferentie in combinatie met een toneelvoorstelling ‘Nieuwe vrienden’, waarin 150 vertegenwoordigers van bouw- en installatiebedrijven, het Alfa-college en andere stakeholders elkaar troffen in de Oosterpoort in Groningen.

Naast kwantitatieve groei is ook de aard van de initiatieven in 2019 veranderd. De rode draad is dat de activiteiten steeds meer plaats vinden binnen de reguliere onderwijsprogramma’s in plaats van dat het ontwikkelactiviteiten zijn naast de reguliere programma’s. Door de activiteiten ook intensief te evalueren en daarna verbeteringen door te voeren in de uitvoering van de activiteiten in het erop volgende schooljaar, wordt gewerkt aan het vergroten van het lerend vermogen. Een voorbeeld hiervan is het interdisciplinaire project van Bouwkunde en de opleiding Technicus engineering installatietechniek en elektrotechniek. De eerste uitvoering van het project in 2018-2019 verliep moeizaam. Na evaluatie met behulp van een studentenarena zijn in 2019-2020 substantiële verbeteringen aangebracht, resulterend in een studenttevredenheid van gemiddeld een zeven.

Een andere belangrijke wijziging in 2019 betrof de keuze om meer focus aan te brengen in de veelheid van activiteiten. Dit is gedaan door nadrukkelijk te kiezen voor de energietransitie als kernthema. In samenwerking met de gemeente en de provincie Groningen, een reeks van bedrijven (Shell, Enexis, Gasunie, Strukton Worksphere, Engie) en de branche-organisaties Techniek Nederland, OTIB en Bouwend Nederland is een groot plan voor de energietransitie opgesteld. De belangrijkste doelen daarvan zijn:

  • De realisering van toekomstbestendig onderwijs op het gebied van de energietransitie door het ontwikkelen en implementeren van de nieuwe opleiding Commercieel Energie Technicus (CET). Doel is om de opleiding te starten in augustus 2020.
  • De ontwikkeling van de opleiding CET wordt gebruikt als een middel om modulen te ontwikkelen die ook als keuzedelen in andere techniekopleidingen worden ingezet. De modulen worden ook aangeboden als certificeerbare onderdelen voor zittend personeel van bedrijven uit de installatie-, bouw- en energiebranche en voor werkzoekenden.
  • De realisatie van een Praktijk- en Opleidingscentrum Energie waarin op een veilige en levensechte manier gewerkt kan worden met installaties.
  • Het vergroten van zowel de instroom in het technisch mbo, als de uitstroom van mbo-opgeleide professionals rondom energietransitie naar de arbeidsmarkt en naar passende hbo-opleidingen.

Andere nieuwe projecten die in 2019 gestart zijn, waren:

  • De inrichting van het Makerlab. Docenten en studenten van verschillende opleidingen werken hierin samen.
  • Vakmanschap: workshops gericht op verdieping of verbreding van het vakmanschap van de studenten van de niveau 2 opleiding Timmerman. Van loodkloppen tot digitalisering van de bouwplaats.
  • Timmerman 2.0: herziening van de niveau 2 opleiding Timmerman in samenwerking met bouwbedrijven.
  • Professionalisering BIM voor bouwkunde- en installatiedocenten.
  • Deelname aan het internationale project ‘Smart Energy’.
  • Doorlopende leerlijn BIM: samenwerking van het Alfa-college met Bouwend Nederland, Techniek Nederland, OTIB, Hanzehogeschool en BuildinG gericht op bouwbedrijven.

De volgende projecten zijn gecontinueerd:

  • Interdisciplinaire projecten Zorg en Techniek in de Health Hub in Roden en Bouw, Weg- en Waterbouw, Installatietechniek en Interieurdesign rondom de cabin op het Suikerunieterrein.
  • Doorlopende leerlijn vmbo: voorlichting Toptechniek en ‘Goud Grunn’ wedstrijd.
  • B2B-bijeenkomsten voor middenkader van bouw- en installatiebedrijven.

Knelpunten

Natuurlijk hadden we ook te maken met lastige punten als de moeizame start van het eerder genoemde interdisciplinaire project en de geringe deelname van BBL-studenten aan de week van het vakmanschap of belemmeringen in de samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven. Kernpunt van Fieldlab is dat deze belemmeringen geëvalueerd worden, waarna er van geleerd wordt bij een volgende uitvoering.

In 2019 zijn de eerder gedane voorstellen voor verbetering van de samenwerking met EPI-kenniscentrum en een betere interne afstemming tussen programmamanager en het locatiemanagement naar tevredenheid uitgevoerd. Een lastig vraagstuk blijft de optimalisering van de inzet van docenten voor ontwikkelactiviteiten. Vooral wanneer collega’s uitvallen door ziekte of wanneer vacatures ontstaan en daardoor ‘gaten’ in het rooster, wordt snel een beroep gedaan op de collega’s die activiteiten uitvoeren voor Fieldlab. Deze spanning tussen ontwikkeltaken en lestaken blijkt gedeeltelijk oplosbaar door het vergroten van de aanstelling voor de ontwikkeltaken.

Evaluatieonderzoek

Ook is een evaluatieonderzoek uitgevoerd naar de uitvoering van de RIF Fieldlab PracTICe. Deze heeft geleid tot de conclusie van de onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen dat, na een stroeve start, Fieldlab PracTICe goed op weg is. Ook zijn aanbevelingen gegeven voor verbetering van de werkwijze van Fieldlab in relatie tot de bedrijven (ontwikkel een ritme in de samenwerking met de bedrijven) en in relatie tot de samenwerking met de onderwijsteams (niet alleen individuele medewerkers betrekken, maar ook de teams als geheel). Deze aanbevelingen worden in 2020 omgezet in voorstellen voor verbetering van programma en organisatie van Fieldlab PracTICe. 

2.3 Rijnland Instituut

Het Rijnland Instituut is een samenwerkingsverband tussen NHL Stenden, Alfa-college, Hanzehogeschool, Hochschule Osnabrück, verschillende Berufsbildende Schulen in Lingen (Wirtschaft&Verwaltung, Technik&Gestaltung, Agrar&Soziales), de Gewerbliche Berufsbildende Schule am Westerberg (Osnabrück) en Drenthe College. Inmiddels heeft ook Rijksuniversiteit Groningen de intentie geuit om aan te sluiten. Het Rijnland Instituut is een kennisinstituut en netwerk voor internationale samenwerking in de grensregio Nederland – Nedersaksen, waarin kennis wordt ontwikkeld, gedeeld en toegepast door en voor het regionale beroepsonderwijs (hbo en mbo) en met partners in de beroepenvelden (www.rijnlandinstituut.eu)

Centraal staat de vraag hoe er een grensoverschrijdend antwoord geformuleerd kan worden omtrent bevolkingssamenstelling en ontwikkeling (ontgroening en vergrijzing) en de daaruit voortvloeiende vraagstukken op onderwijs- en arbeidsmarkt aan beide kanten van de grens. De opgebouwde kennis in het netwerk stellen wij onze quadruple helix partners actief ter beschikking om toekomstbestendige oplossingen te bieden voor de uitdagingen in de regio op het gebied van bijvoorbeeld bevolkingsontwikkeling, arbeidsmarkt, mobiliteit, digitalisering, energietransitie en de gezondheidszorg. Daarmee stimuleert het Rijnland Instituut de euregionale ontwikkeling, als basis voor een vitale Europese regio. Studenten en werknemers aan beide zijden van de grens moeten in staat zijn om grensoverschrijdend te studeren en te werken, waarbij de benodigde competenties op de toekomstige arbeidsmarkt centraal staan.

Het Rijnland Instituut stelt zich dan ook ten doel om de euregionale ontwikkeling in Noordoost-Nederland en Noordwest-Duitsland te bevorderen door het opzetten en onderhouden van een duurzaam regiodekkend kennisnetwerk met als oogmerk het creëren van een kennisregio gericht op grensoverschrijdend/euregionaal opleiden, scholen, werken en leven. Het Rijnland Instituut bouwt daarmee aan een arbeidsmarkt waarin vakmensen worden opgeleid voor een krachtige, attractieve en dynamische grensregio binnen Europa, waarvan de vakmensen weer kunnen profiteren. Kortom: Het Rijnland Instituut leidt op voor Europa.

De nadruk in het Rijnland Instituut ligt op de rol die de kennisinstellingen aan beide kanten van de grens hierin kunnen spelen. Het Rijnland Instituut is hiermee het kennisinstituut voor Duits-Nederlandse betrekkingen voor de drie noordelijke provincies (startend vanuit Provincie Drenthe/Gemeente Emmen) en de provincie Overijssel, waar iedereen terecht kan met vragen, suggesties of onderzoeksideeën op het gebied van grensoverschrijdende scholing. Er is sprake van een agenda voor taalverwerving en cultuur, een agenda voor vrijetijdseconomie en een agenda voor techniek, ondernemerschap, opleiding en arbeidsmarkt. Om dit te bereiken wil het Rijnland Instituut de krachten bundelen van alle initiatieven van het mbo en hbo, de regionale en lokale overheid en het bedrijfsleven in de drie noordelijke provincies en de provincie Overijssel met Duitse partners. Er is afstemming met de verschillende ‘stakeholders’ binnen de onderwijsinstellingen die initiatieven hebben ontwikkeld in samenwerking met Duitse partners. Met hen wordt overlegd hoe, waar en waarmee het Rijnland Instituut de initiatieven kan ondersteunen en eventueel coördineren.

Op verzoek van het Ministerie voor Binnenlandse Zaken en de provincies Drenthe, Groningen en Overijssel onderzoekt het Rijnland Instituut de euregionale/binationale competenties binnen twee mbo-beroepen waarnaar de vraag in de toekomst groot zal zijn. Op basis van dit onderzoek wordt medio 2020 een aanbeveling geschreven om de curricula aan weerszijden van de grens op elkaar te laten aansluiten. Deze competenties zullen na de aanbeveling worden geïntegreerd in te ontwikkelen gezamenlijke, grensoverschrijdende curricula – eerst zullen deze worden ingevoerd in Nedersaksen, op een later moment mogelijk ook in Noordrijn-Westfalen. De competenties zijn Europees noodzakelijk en zo op elkaar afgestemd, dat toekomstig afgestudeerden Europees inzetbaar zijn aan beide zijden van de grens.

De provincie Overijssel heeft de samenwerking met het Rijnland Instituut voor 2020 bevestigd. De provincie Overijssel zet in op grensoverschrijdende samenwerking en heeft hiertoe ambities geformuleerd in de Europa-agenda en de Duitslandstrategie. De gekozen prioriteiten van het Rijnland Instituut sluiten goed aan op deze ambities, dus de samenwerking was een logische stap.

Als netwerkorganisatie heeft de bundeling van krachten en interesses het nodige opgeleverd: Het 6e Symposium ‘Human Capital ’ vond in november 2019 plaats bij onze nieuwe partner Hanzehogeschool in Groningen. Het toonde een staalkaart van projecten en onderzoek waarin onderwijs en werkveld aan beide kanten van de grens nauw opgetrokken zijn. Doordat er meerdere partijen aan deelnamen kan het symposium ook als een grensoverschrijdende themabeurs gezien worden, waarbij vele partijen een kans hadden om hun werk te presenteren en contacten te leggen. Er werd gekeken naar de belangrijkste grensoverschrijdende overeenkomsten en verschillen in deze multidisciplinaire thematiek en er zal in 2020 een position paper naar aanleiding van dit symposium verschijnen, waaruit zowel de behoeftes, alsook de kansen die beide zijden kennen, zullen blijken.

Het Rijnland Instituut (vanuit het Alfa-college) vertegenwoordigt als expert ‘Vrijetijdseconomie’ namens de gemeente Emmen binnen het RELOS 3-project. Het is een gezamenlijk Europees project met samenwerking van Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN) en Europees Sociaal Fonds (ESF).

Elk jaar wordt vanuit de samenwerking tussen Alfa-college Hoogeveen (Business School) en Berufbildende Schule Lingen de module ‘International Trade’ aangeboden. In deze module worden Nederlandse Business-studenten in het Duits voorbereid op de mogelijkheden die de Duitse markt hen kan bieden. In 2019 hebben meer dan 80 studenten de module ‘International Trade’ gevolgd. De studenten ontwikkelen hierdoor internationale competenties die van belang zijn voor het toekomstige beroep. In 2019 hebben wij de samenwerking met het Graafschap College en de Euregio verdiept en hebben we de module van dit project gekoppeld aan de ‘Lerende Euregio/Leren zonder Grenzen’. Daarnaast is het ‘International Trade Project’ genomineerd voor een Euregionale prijs binnen het Interreg Va-programma.

Het project PraktiTrans 2.0 is inmiddels toegekend (verlenging van PraktiTrans 1.0) en er hebben 1989 studenten en 200 docenten aan dit project deelgenomen. Dit project stimuleert grensoverschrijdend samenwerken tussen onderwijs en bedrijven door middel van Job-bussen, projectdagen en informatiebijeenkomsten. Hieraan kunnen zowel bedrijven als studenten deelnemen.  Aan de Duitse zijde van de grens is er sprake van warm contact met Hochschule Osnabrück (Standort Lingen) en BBS Lingen. Doordat ook partners vanuit Duitse zijde steeds meer en meer geïnteresseerd zijn in een samenwerking met het Rijnland Instituut, blijkt ook dat de grensoverschrijdende partnerschapsstructuur versterkt en is er sprake van een doorontwikkeling en verdieping van bestaande grensoverschrijdende samenwerkingsprojecten.

Het Alfa-college heeft op het  terrein van onderwijsinnovatie (Goethe-certificaten als eerste mbo in Nederland, uitgereikt juli 2018 in Hoogeveen), taal- en cultuurprogramma’s en stage- en studiemogelijkheden. Ook in 2019 hebben meer dan 100 studenten vanuit de economische opleidingen, Zorg&Welzijn en Techniek het certificaat in ontvangst genomen.

Het Rijnland Instituut heeft, in samenwerking met Hobéon, een nieuw Masterplan 2020-2024 en het bijhorende jaarplan 2019-2020 geschreven. Hierin zijn de nieuwe doelstelling en de drie thema’s (High T’s) van het Rijnland Instituut duidelijk en goed beschreven en onlangs is het Rijnland Instituut als expert voor het Noorden uitgenodigd door de Tweede Kamer voor een Rondetafelgesprek, welke plaatsvindt in De Haag in maart 2020.

In het Rijnland Instituut willen we grensoverschrijdend nieuwe ideeën formuleren, ontwikkelen en vervolgens in de praktijk brengen. Daarvoor moeten onderwijs, werkveld en arbeidsmarkt in goede relatie nauw samenwerken en met elkaar optrekken. Het bijeenkomen van het netwerk, dat het Rijnland Instituut in de laatste jaren heeft opgebouwd, heeft het Rijnland Instituut ook in 2019 weer een stap verder gebracht, zoals bijvoorbeeld het goedbezochte symposium, de succesvolle grensoverschrijdende projecten en de Goethe-certificering bij het Alfa-college te Hoogeveen. Het Rijnland Instituut wil studenten opleiden, die Europees denken, studeren en werken met de juiste duurzame competenties.

2.4 Verbeteren, vernieuwen en innoveren

De afgelopen jaren heeft het Alfa-college ingezet op de stimulering van onderwijsteams om op kleine schaal tot innovaties binnen hun eigen werkomgeving te komen. Deze mogelijkheid bestaat naast de grotere RIF-projecten en de lectoraten die het Alfa-college ook uitvoert. Middelen worden toegekend aan plannen die de kernwaarden Verbinden, Vertrouwen en Ondernemen en/of onze strategische speerpunten Healthy Aging, Energie en Ondernemerschap aantoonbaar versterken. Voor alle plannen geldt dat er een ‘cross-over’-element in moet zitten, daarnaast moeten teams met bedrijven en kennisinstellingen als het vmbo of het hbo samenwerken, op basis van co-creatie. De aanvragende docent en het team zijn eigenaar van hun plan, er is weinig verantwoordingsplicht. In 2018 heeft het Alfa-college een onderzoek uitgevoerd naar de effectiviteit van de aanpak. De aanbevelingen uit dit onderzoek onder 39 uitgevoerde projecten werden in 2019 geïmplementeerd:

  • Innoveren doe je niet één keer per jaar, het is nu mogelijk om drie maal per jaar een innovatiebudget aan te vragen
  • Zorg ervoor dat succesvolle innovaties een kleine injectie krijgen om hun successen in het regulier onderwijs te verspreiden
  • Voorzie in een innovatiecoach die teams en docenten helpt en inspireert bij het schrijven en uitvoeren van een plan

De nieuwe aanpak leidde tot een grote toename van aanvragen, in totaal werden in 2019 zeventien aanvragen toegekend, daarvan waren zes bestemd voor verspreiding; het jaarbudget voor deze innovaties bedraagt € 400.000,- .   

De overkoepelende thema’s van crossovers en co-creaties zijn:

  •  Zorgtechnologie, waar veelal opleidingen Maatschappelijke Zorg en Verpleegkunde samenwerken met technische opleidingen aan problemen in de zorg, de robot Noah is hier een uniek voorbeeld van. Duurzame samenwerking werd gerealiseerd met de Health Hub Roden en de netwerkorganisatie Zorgtechnologie Vechtdal. 
  • In het kader van Duurzaamheid  &  Circulariteit werd geëxperimenteerd met duurzame toepassingen in de mode-industrie door samenwerking met Human Technology. De samenwerking met the Farm of the World van Claudy Jongstra is hier ontstaan. Ook werden door de bouwopleidingen en onderwijsassistenten lespakketten voor het basisonderwijs ontwikkeld. De kappers zoeken naar een duurzame oplossing voor het veelvuldig gebruik van giftige stoffen in hun branche. Op het Suikerunieterrein in Groningen ontstaat een creatieve broedplaats in samenwerking met ROC Terra.
  • Onder de noemer van Vitaliteit & Welzijn gingen sportstudenten de zorgcentra in en werden opgeleid door verpleegkundestudenten, terwijl in de kinderopvang grote behoefte is aan multidisciplinair opgeleide studenten met zowel een pedagogische achtergrond als een sportbevoegdheid. De nieuwe opleiding Kinderopvang, Onderwijs en Bewegen, medewerker integraal Kindcentrum is een feit.
  • Iedereen doet mee. Voor laaggeletterden en inburgeraars is de stap naar regulier onderwijs vaak groot, publieke informatie is erg talig. De afdeling Educatie heeft samen met studenten van Marketing & Communicatie en Mediavormgever ervoor gezorgd dat informatie toegankelijker wordt. Door het ontwikkelen van een nieuwe opleiding Interculturele opvoedingscoach kunnen nieuwe Nederlanders worden ingezet in wijkcentra en voor gemeenten.

Medio 2019 is het nieuwe strategische beleid voor de jaren 2019 – 2023 tot stand gekomen. Het werd tijd om te onderzoeken of de projectmatige aanpak geïmplementeerd kan worden in het reguliere onderwijs. Diensten en onderwijs werken nauw samen om tot een Innovatie Hub te komen voor deskundigheidsbevordering en kennisdeling. Met de nieuwe koersuitspraken als onderlegger zijn de locaties en de teams aan zet voor nieuwe innovaties.

De ervaring op basis van de ingediende innovatieplannen van de laatste jaren was dat naast de echte innovatieve plannen de organisatie ook behoefte had aan projecten voor verbetering en vernieuwing. Deze plannen werden in het kader van innovatie steeds afgewezen. In het voorjaar van 2019 is de keuze gemaakt om de financiële ruimte die is ontstaan door niet begrote baten voor een deel ook in te zetten voor de plannen voor verbeteren en vernieuwen.

In twee rondes (juni en november) zijn 33 plannen geselecteerd. De realisatie van deze plannen wordt in 2020 zowel inhoudelijk als financieel periodiek gemonitord. De opbrengsten van deze monitor kunnen helpen de kwaliteit van de plannen en de selectieprocedure verder te verbeteren.

2.5 Overige onderwijsontwikkelingen in en met de regio

2.5.1 Regio Groningen

Regiobreed


Excellentieprogramma Noorderkracht

Noorderkracht is het eerste gezamenlijke excellentieprogramma van Nederland dat door vijf roc’s (Alfa-college, Drenthe College, ROC Friese Poort, Friesland College en Noorderpoort) gezamenlijk wordt uitgevoerd. Het programma wordt gefinancierd door de afzonderlijke roc’s en heeft een eenmalige subsidie van €20.000 ontvangen van mbo-e (Het netwerk van excellentie in het mbo).

De roc’s uit het Noorden hebben de handen ineengeslagen om samen een excellentietraject te ontwikkelen waarin de student de regie heeft. Er is een voortraject geweest (2018-2019) waarin studenten hebben meegedacht (vier sessies) over de inhoud, visie en vorm van het programma. Er zijn twee sessies georganiseerd in Groningen (november 2018 en mei 2019), één sessie in Emmen (april 2019) en de laatste sessie met studenten vond plaats in Drachten (juni 2919). Op basis van deze studentsessies is het definitieve excellentieprogramma ontworpen.

Het uitgangspunt is dat er veel (arbeids-)potentie aanwezig is in de drie noordelijke provincies. Veel studenten worden echter gedwongen na hun diplomering te verkassen naar andere delen in het land. De studenten die betrokken zijn bij de ontwikkeling van dit programma geven aan dat ze zich willen concentreren op de volgende thema’s: duurzaamheid, meer bedrijvigheid in het noorden bewerkstelligen en meer onderlinge verbondenheid tussen mbo-studenten creëren door bijvoorbeeld het oprichten van een Noordelijke mbo-studentenvereniging of het organiseren van evenementen/festivals voor mbo-ers in het noorden.

Studenten gaan in het excellentietraject een definitieve keuze maken voor één van de thema’s en gaan hun persoonlijke en vakspecifieke skills inzetten en ontwikkelen om tot een gezamenlijk geformuleerd eindresultaat te komen. Het gezamenlijk eindresultaat laat zich vertalen in een krachtige eigen ontwikkeling en een impuls gevend aan één of meerdere door de studenten aangedragen thema’s. De noordelijke provincies zullen krachtig worden neergezet door de studenten op bijvoorbeeld het gebied van beeldvorming, innovatie, duurzaamheid, bedrijvigheid of verbondenheid.

De werving en selectie van studenten heeft inmiddels plaatsgevonden. Op 12 februari 2020 gaat het programma van start. In totaal worden er (inclusief kick off en eindevent) zes centrale bijeenkomsten georganiseerd en vijf groepsbijeenkomsten. Studenten hebben hierin een leidende rol in organisatie en inhoud. Er zullen masterclasses komen over de onderwerpen arbeidsmarktontwikkeling, sociale inclusie (faalkunde), design thinking en duurzaamheid. Op 22 april 2020 zal het programma worden afgesloten op het Global Land festival in Leeuwarden met een eindevent waarbij de eindproducten door de studenten zullen worden gepresenteerd.

Duurzame school op het Suikerunieterrein

De afgelopen jaren is, mede door de mogelijkheden om te innoveren en in excellentieprogramma’s te experimenteren, natuurlijke samenwerking ontstaan tussen ondernemende docenten van uiteenlopende opleidingen. Deze docenten laten eigenaarschap en initiatief zien, doordat ze bezig zijn met hun passie. Werken met échte opdrachten voor studenten is het uitgangspunt, alsook studenten en docenten buiten hun comfortzone laten werken aan hedendaagse vraagstukken. De uitkomsten zijn niet voorspelbaar.

Deze docenten zijn een zoektocht begonnen naar een duurzame school van de toekomst en ontmoeten daarbij enthousiaste ondernemers en partners en worden in grote bewegingen meegezogen (inclusive & sustainable economy). Ondersteuning bij deze ontwikkel- en innovatiekracht is nodig om deze pijlers een plek te gaan geven in het reguliere onderwijsproces en de projectleiders met elkaar te verbinden.

Het Suikerunieterrein is een broedplaats voor innovatie en ervarend leren, waarbij we een duurzame samenwerking met aoc Terra zijn aangegaan. Dit is een natuurlijke, creatieve en technische broedplaats waar samengewerkt wordt met bedrijfsleven, overheden en het aoc Terra en waarbij over grenzen heen zoekend wordt gekeken naar nieuwe mogelijkheden om onderwijs vorm te geven. Creativiteit en buiten de gebaande paden treden voor zowel student als docent. De samenwerking is ‘natuurlijk’ ontstaan door docenten die in het excellentieproject ‘Werkplaatsleren’ werken. Studenten komen hier met verrassende inzichten, werken aan hun portfolio voor toelating tot het hbo, bereiden zich voor op skills en werken samen aan opdrachten.

We werken in een cross-over waarbij meer dan veertien opleidingen betrokken zijn. De projecten lopen het hele schooljaar al en lopen door in 2020 en 2021. Traditioneel worden technologische innovaties verwacht van het hbo en de universiteit. Wij zijn er trots op dat het Alfa-college een aanjagerrol vervult die door de regio wordt gezien en wordt gewaardeerd.

Ultimate Run

Dit jaar hebben docenten van het Alfa-college voor de 2e keer de Ultimate Run door Europapark Groningen georganiseerd. De Ultimate Run is een leuk en uitdagend hindernisparcours van vijf kilometer voor iedereen  rondom het Europapark in de stad Groningen. Vanaf het startpunt bij het nieuwe Sportcentrum Europapark gingen de deelnemers langs (en door!) herkenbare plekken, zoals de Leyhoeve, het stadion van FC Groningen en de onderwijslocatie van het Alfa-college aan de Boumaboulevard. De run maakte deel uit van de Week voor Healthy Ageing die de gemeente Groningen samen met bedrijven en scholen begin oktober organiseerde en dit jaar het thema ‘Healthy Ageing’ kende.

Admiraal de Ruyterlaan

Extra locatie BBL-studenten Bouw & Infra

Het aantal BBL-studenten is de afgelopen jaren enorm toegenomen, met name bij de technische opleidingen. Telde het Alfa-college in 2016 zo’n 1000 BBL-studenten, medio 2019 zijn dat er maar liefst bijna 1400. Door deze toename is er behoefte aan extra les- en praktijkruimte. Daarom is er een extra praktijk- en examencentrum Bouw & Infra in het bedrijfsverzamelgebouw The Rock aan de Atoomweg gerealiseerd. Hiermee wordt ingespeeld op de toenemende vraag vanuit de arbeidsmarkt naar technische vakmensen. BBL-opleidingen bij het Alfa-college zijn zo ingericht dat er niet alleen theorie gegeven wordt, maar dat er ook innovatieve praktijkonderdelen worden aangeboden binnen school, zelfs praktijk die bij de werkgever niet kan worden geoefend. De extra locatie biedt tevens mogelijkheden tegemoet te komen aan de toenemende vraag van bedrijven om hun medewerkers bij te scholen op nieuwe ontwikkelingen, zoals bevingsbestendig bouwen en duurzame energie.

Excellent vakmanschap

Bij praktijkopleider Leerbouwen is op 20 maart door EPI-kenniscentrum en Fieldlab Practice het startsein gegeven voor het extra opleiden van BOL- en BBL-studenten van het Alfa-college in Groningen. Vanuit het werkveld kwam het signaal dat er behoefte is aan nog meer vakmanschap op de werkvloer. Het werkveld in de noordelijke regio heeft werknemers nodig die ten behoeve van de schadeafhandeling en versterkingsopgave breed opgeleid zijn. Samen met SSPB, Leerbouwen en het Alfa-college hebben EPI-kenniscentrum en Fieldlab Practice een aantal workshops ontwikkeld die aansluiten bij de behoefte van het werkveld en gericht zijn op het verhogen van het vakmanschap van de BOL- en BBL-studenten. Daarmee kunnen zij extra skills ontwikkelen die hen in het kader van excellent vakmanschap naast hun diploma nóg aantrekkelijker maken voor de arbeidsmarkt. Zo kunnen bouwstudenten hun vaardigheden verbreden met o.a. installatietechniek, elektrotechniek en stucen, maar ook workshops loodkloppen, houtrotvervanging, het verduurzamen van woningen en het lezen van digitale bouwtekeningen vanuit BIM maken deel uit van het aanbod.

Opening BIM lab

Op 26 maart is het Bouw Informatie Model (BIM) lab geopend. BIM is een digitale manier waarmee bouwpartners samen een bouwproces ontwerpen, maken en onderhouden. Het is een virtueel bouwwerk waar bijvoorbeeld de architect, aannemer en installateur hun eigen onderdeel in kunnen plaatsen. Een voordeel van deze manier van samenwerken is dat er minder fout gaat in het bouwproces. Met de komst van het lab speelt het Alfa-college in op de grote vraag vanuit het bedrijfsleven naar studenten die de BIM-methodiek beheersen en naar bijscholingsactiviteiten van zittende werknemers.

Vernieuwde techniekvleugel

Op 1 november is de vernieuwde techniekvleugel aan de Admiraal de Ruyterlaan officieel geopend. Het vernieuwde techniekgedeelte heeft up-to-date praktijkruimtes en een MakerLab. Het MakerLab faciliteert opleidingen van het Alfacollege bij het samenvoegen en het stimuleren van crossover-onderdelen. Dit zijn onderdelen van opleidingen voor nieuwe beroepen die op het snijvlak van twee of meer verschillende sectoren liggen. Daarnaast is de opleiding Interieuradviseur van het Alfa-college verhuisd van de Boumaboulevard naar de Admiraal de Ruyterlaan. Door deze verhuizing werken deze studenten in hetzelfde gebouw samen met onder andere de opleiding Allround meubelmaker/interieurbouwer. In de vernieuwde praktijkvleugel wordt de innovatie in het techniekonderwijs zichtbaar: techniek is mooi, schoon, spannend en aantrekkelijk. De vleugel is één van de resultaten van de Fieldlab Practice: een samenwerking tussen het Alfa-college, bedrijven uit de bouw- en installatiebranche, het EPI-kenniscentrum, OTIB, Techniek Nederland, Bouwend Nederland en andere onderwijsinstellingen en overheidsorganisaties. Het heeft als doel techniekonderwijs beter te laten aansluiten op regionale ontwikkelingen en de vraag van het bedrijfsleven op het gebied van aardbevingsbestendig bouwen, energie-neutraal bouwen en levensloop bestendig wonen.

Rookvrije zone

Op 12 juni opende de gemeente Groningen de eerste rookvrije zones op basis van de algemene plaatselijke verordening. Eén van deze zones bevindt zich bij de locatie aan de Admiraal de Ruyterlaan. Hier is het op de stoep voor de hoofdingang van het gebouw verboden om te roken. Het Alfa-college wil graag meewerken aan een duurzaam inzetbare samenleving. Niet-rokers moeten niet onnodig geconfronteerd worden met rokers, omdat meeroken ook schadelijk is en er kans bestaat op kopieergedrag. Op het eigen terrein van het Alfa-college mag vanaf 2020 wettelijk (ook) niet meer gerookt worden.

Terra SuikerunieTerrein Experience

Tijdens dit evenement presenteerden tweedejaarsstudenten van de opleiding Interieuradviseur voor het excellentieproject ‘Werkplaatsleren’ hun plannen voor een cabin, die bedoeld is als werk- en ontmoetingsplaats. De studenten hebben niet alleen de opdracht gekregen om de cabin te ontwerpen, maar ook om deze zo economisch mogelijk en volledig duurzaam in te richten. De toekomstige interieuradviseurs werkten in het project samen met studenten van de opleidingen Hout&Meubel, Weg- & Waterbouw, Bouwkunde en Installatietechniek. Daarnaast was er ook een samenwerking met aoc Terra, alumni, docenten en leermeesters uit het werkveld.

Taalhelden

De TaalHeldenprijs is door de Stichting Lezen & Schrijven in het leven geroepen om mensen en organisaties in het zonnetje te zetten die zich inzetten voor het terugdringen én voorkomen van laaggeletterdheid. Bij de Groningse TaalHeldenverkiezingen waarbij de Stichting Lezen & Schrijven aandacht vraagt voor de 2,5 miljoen volwassenen in Nederland die moeite hebben met lezen, schrijven en/of rekenen, won het Alfa-project ‘DigiTaalBeter’ in de categorie ‘Bruggenbouwer’ en wonnen een tweetal cursisten van het Alfa-college in de categorie ‘Cursist’. Voor het project DigiTaalBeter werkten studenten Mediavormgever en Marketing & Communicatie samen met onderwijsteams van Educatie & Inburgering aan ‘echte’ opdrachten op het gebied van laaggeletterdheid. Deze opdrachten kregen ze van gemeente Groningen, WIJ Oosterparkwijk, Iederz, het Groninger Forum en de Groningse Kredietbank (GKB).

Theatervoorstelling Ambitie = Tumuh

Studenten Entree NT2 en studenten van de schakelklas naar mbo niveau 3 en 4 hebben samen met theatermaker Gabriëlle Glasbeek de theatervoorstelling Ambitie = Tumuh gemaakt. In deze voorstelling vertellen de studenten door middel van toneel, film, dans en muziek hun verhaal en wat hun dromen en ambities zijn en dat ze hier zijn om de Nederlandse taal te leren en te werken aan een toekomst. De voorstelling is tot stand gekomen door een samenwerking van het Alfa-college met de gemeente Groningen en Stichting Colourful Het Hogeland en heeft onder andere als doel dat de studenten op een creatieve manier de Nederlandse taal beter leren beheersen en elkaars cultuur leren kennen en begrijpen.

Nieuwe vrienden

Op 11 februari organiseerde het Alfa-college, samen met Bouwend Nederland, EPI-kenniscentrum, Fieldlab Practice, OTIB-RBPI Noord-Nederland en Techniek Nederland, ‘Nieuwe Vrienden’. Deze bijeenkomst, waar bijna 200 bezoekers op afkwamen, stond in het teken van uitdagingen en kansen van het nieuwe ondernemen: hoe kunnen het onderwijs en de installatiebranche vorm en inhoud geven aan de toekomst? Een van de conclusies was dat men heel goed beseft dat nog meer samenwerking noodzakelijk is. Het is van belang de aansluiting van het onderwijs op de behoeftes van het bedrijfsleven te verbeteren. Dit om te zorgen voor een blijvende, kwalitatief goede instroom van gediplomeerde studenten naar bedrijven.

Interreg Europe project E-COOL

Ondernemerschap bij jongeren is cruciaal voor een vitale regio en mede daarom een belangrijk speerpunt in het mbo. Studenten leren niet alleen de kennis en vaardigheden die nodig zijn voor het uitoefenen van een beroep, maar ook een ondernemende houding en mindset. In het kader van het Interreg Europe project E-COOL vond er eind november een conferentie plaats. Hierbij kwamen tien partners uit Europa gedurende enkele dagen een kijkje in de keuken nemen bij het Alfa-college en de Hanzehogeschool Groningen om te zien hoe Noord-Nederland omgaat met het stimuleren van een ondernemende houding bij jongeren, en daarmee aan het versterken van de regio. E-COOL wisselt best practices uit en stimuleert dat goede praktijken en geleerde lessen omgezet worden in actieplannen om zo te worden opgenomen in regionaal beleid.

Girlsday

Op 11 april heeft een grote groep mbo-meiden deelgenomen aan de (landelijke) Girlsday op de technieklocatie van het Alfa-college. Girlsday is een initiatief van het landelijk expertisebureau VHTO in samenwerking met TechniekTalent.nu en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en heeft als doel meiden van 10 tot 15 jaar te interesseren voor de wereld van techniek, bèta en ICT. Zo konden de meiden meedoen aan workshops als ‘Hoe tof is waterstof’, ‘Dat smaakt naar meer’ en ‘Solderen voor Dummies’. De technieklocatie doet mee aan Girlsday om meiden een beter beeld van technische beroepen te geven en ze te laten ervaren hoe innovatief en leuk de opleidingen zijn. Tegelijkertijd kunnen ze zien dat er nu al veel meer meiden met veel plezier deze opleidingen volgen.

NK Waterstof Challenge

Studenten en docenten van de opleiding Technische Engineering hebben bij hun eerste deelname aan het NK Waterstof Challenge in Assen een tweede plek behaald.

Uitwisseling Lincoln College

Tweedejaarsstudenten van de opleiding Timmerman zijn op uitwisseling geweest bij het Engelse Lincoln College. Ze deden onder andere mee aan een timmercompetitie en hebben bekeken wat Engeland op bouwkundig gebied te bieden heeft. Het doel van de uitwisseling was te ervaren hoe de opleiding tot timmerman in Engeland eruitziet en hoe daar wordt opgeleid en begeleid. Daarnaast hebben de studenten volop met elkaar samengewerkt. Ook het leren communiceren in een andere taal, gericht op hun vakgebied, was één van de doelen.

Geïntegreerde trajecten (GIT/GET)

Binnen de technieklocatie worden geïntegreerde trajecten Installatietechniek en Elektrotechniek aangeboden. Dit zijn cross-overs waarbij inburgering gecombineerd wordt met een mbo-vakopleiding Installatie- of Elektrotechniek op niveau 2. Een dergelijk geïntegreerd traject maakt het mogelijk dat inburgeraars op het voor hen juiste niveau tegelijkertijd aan twee doelen werken, namelijk werken aan de taalvaardigheid en inburgeren in Nederland conform de eisen van de Wet Inburgering en het tegelijkertijd volgen van een relevante technische beroepsopleiding. Tijdens de opleiding wordt er gewerkt in kleinere groepen en is het taalniveau van het lesmateriaal aangepast. Daarnaast worden de technieklessen veelal gegeven door twee docenten, nl. de vakdocent en een NT2-docent.

EPI-kenniscentrum

Stichting EPI-kenniscentrum is in 2014 opgericht door het Alfa-college, de Hanzehogeschool en de Rijksuniversiteit Groningen. Dit vanuit het maatschappelijk belang een bijdrage te leveren aan de grote maatschappelijke versterkingsopgaven binnen het ‘aardbevingsdossier’ en de daarmee gemoeide vraag naar kennis en kunde op het gebied van o.a. bouwen, techniek, veiligheid, psychosociale gevolgen en innovatie. Via de pijlers Educatie, Praktijk en Innovatie (EPI) verzorgt het EPI-kenniscentrum onder meer opleidingen, trainingen, kennisbijeenkomsten, excursies en symposia, op elk niveau. Er wordt samengewerkt met het bedrijfsleven, de overheid en belangenorganisaties. Het EPI-kenniscentrum voorziet zo de huidige en toekomstige (beroeps)bevolking van relevante kennis en vaardigheden. Daarbij kan het EPI-kenniscentrum buiten de systematiek van deze instellingen een rol spelen in de samenwerking met alle organisaties, zowel profit als non-profit, die bereid zijn kennis te delen of een kennisbehoefte hebben. Hierdoor heeft EPI-kenniscentrum, naast de producten die met en voor de onderwijsinstellingen verzorgd worden, ook een eigen complementair aanbod aan trainingen, opleidingen en kennisdelingsbijeenkomsten.

Het organiseren van snelle deskundigheidsbevordering op het juiste moment vraagt om een flexibele en onafhankelijke organisatie. Een goed team en een sterk netwerk is hierin essentieel. In 2019 heeft EPI-kenniscentrum zijn netwerk verder uitgebreid en heeft het een sterke positie kunnen innemen in het afwachtende speelveld van de versterkingsoperatie. De samenwerking met de bevingscoördinatoren van de gemeenten en de samenwerking met de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen over de scholing van inspecteurs zijn hier goede voorbeelden van.
De samenwerking binnen het duizendbanenplan op het gebied van scholing is uniek. Het EPI-kenniscentrum zorgt voor een standaardisering van de inhoud en de kwaliteitskaders van de opleidingstrajecten. De samenwerking tussen het Alfa-college en haar partners was daarvoor essentieel. De ontwikkelingen van het vakmanschapsprogramma is in samenwerking met het Fieldlab PracTICe (zie 2.2.2) tot stand gekomen. Hierdoor is het mogelijk dat studenten in 2019 een keuzeprogramma hebben kunnen volgen als een surplus op de reguliere opleidingen.
EPI-kenniscentrum, gestart als een project tot 2021, is inmiddels een bewezen soepele organisatie waarin snel en kundig wordt samengewerkt en kennis wordt gedeeld. Ondanks de externe schommelingen wordt het kenniscentrum met het jaar sterker en professioneler. Om de revenuen van de samenwerking verder te verzilveren en te borgen, is er in 2019 met alle grondleggers vooruitgekeken naar 2020.
Door de trainingen, plusprogramma’s op het reguliere onderwijsprogramma, de masterclasses en workshops heeft EPI-kenniscentrum samen met het Alfa-college, RUG en Hanzehogeschool vele bewoners, studenten, leerlingen, werkgevers, werkenden en werkzoekenden bereikt. Met een bereik van meer dan 4.000 inschrijvingen op de activiteiten draagt het EPI-kenniscentrum bij aan een mooi Groningen waarin iedereen veilig, gezond en comfortabel kan wonen en werken.

Boumaboulevard

Project Studio (Gaming)

Tijdens Project Studio werken studenten Gamedeveloper en Gamedesigner in teams uit de drie verschillende leerjaren samen aan opdrachten. Deze opdrachten zijn afkomstig van maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven en gaan over het maken van serious games of 2D/3D animaties of modellen.

DigiTaalBeter

In Nederland zijn er 2.5 miljoen Nederlanders die moeite hebben met taal, lezen, schrijven, rekenen en/of digitale vaardigheden. DigiTaalBeter is een project van drie docenten van de opleidingen Marketing & Communicatie, Mediavormgeving en Educatie van het Alfa-college om in het onderwijsprogramma praktijkopdrachten en cross-overs tussen de opleidingen toe te voegen, zodat het voor studenten nog realistischer, leuker en leerzamer wordt om hun opdrachten uit te voeren. De eindproducten en resultaten stonden in de eerste week van september tijdens de Week van de Alfabetisering in de schijnwerpers.

Excellentie voor Entree

De Entreeopleidingen maken deel uit van het maatschappelijk vangnet voor kwetsbare (jonge) mensen. De klassen bestaan uit ongeveer zeventien studenten waarvan een aantal uit het Praktijkonderwijs komt, een aantal vanuit het vmbo of vo en daar geen diploma heeft gehaald, alsmede NT2-studenten die taalvaardig genoeg zijn om hun beroepsopleiding binnen het reguliere mbo af te ronden. Het stimuleren van excellentie is een expliciet onderdeel van het Kwaliteitsplan van het Alfa-college. Het Alfa-college stimuleert ondernemend gedrag, grenzen verleggen, initiatief tonen en verantwoordelijkheid nemen voor de eigen leerloopbaan en arbeidsloopbaan. Voor wat betreft de Entreestudent zijn dit waarden die zij van huis uit veelal niet automatisch meekrijgen. Voor het aanleren van 21e-eeuwse vaardigheden als netwerken, pitchen of samenwerken, zijn zij aangewezen op het aanbod van hun opleiding. Juist hén uitdagen om dit gedrag te vertonen is één van de doelstellingen van het project ‘Excellentie voor Entree’. Dit project is gestart met zes deelnemers die extra tijd en energie wilden investeren om te werken aan hun droom, aan hun passie. Ze zijn begeleid om een product (in de breedste zin van het woord) te maken om zichzelf en daarmee ook hun peergroup te overtuigen van hun capaciteiten en tevens dat je met hard werken iets kunt bereiken waar je trots op kunt zijn. Het project ‘Excellentie in Entree’ is ontwikkelingsgericht en dus niet productgericht. De ontwikkeling van de individuele student staat centraal. Belangrijk subdoel is het vergroten van de motivatie om hun reguliere Entreediploma te behalen. Aan het einde van het schooljaar 2018-2019 hebben uiteindelijk vijf van de zes deelnemers een certificaat behaald. In het schooljaar 2019-2020 is een nieuwe groep van start gegaan.

Fashionshow

Ter afsluiting van het schooljaar hebben studenten van de opleiding Specialist mode/maatkleding een Fashionshow georganiseerd in de Mediacentrale in Groningen. Dit modespektakel, dat geheel door de studenten zelf geregeld is, stond in het teken van ‘Lift off’; een metafoor voor onze toekomst. Studenten uit alle leerjaren hebben de door hen zelf ontworpen en gemaakte kledingstukken gepresenteerd.

Primus: eerste studentenvereniging alleen voor mbo-studenten

Zeven studenten van het Alfa-college uit Groningen hebben op 1 november de eerste studentenvereniging van Nederland opgericht die zich alleen richt op mbo’ers, genaamd Primus. Het doel van deze vereniging is om mbo-studenten van roc’s in en rondom Groningen met elkaar in contact te brengen, een netwerk met bedrijven te ontwikkelen én samen een leuke studententijd te hebben.

Expositie ‘Expolentie’

Voor de excellentieprogramma’s ‘Werkplaatsleren’ en ‘Portfolio’ werd de expositie ‘Expolentie’ georganiseerd. Bezoekers konden de experimenten, artistieke processen en portfolio’s van de studenten Mediavormgever, Interieuradviseur, Game Artist en Hout&Meubel bewonderen. De studenten leerden tijdens de excellentieprogramma’s om over de grenzen van hun eigen opleiding heen te kijken en ‘out of the box’ te denken. Om hun vakmanschap te verbreden, zijn studenten zowel in werkplaatsen als bij leermeesters met de experimenten, processen en portfolio’s aan de slag gegaan. Zo zijn ze onder meer gevraagd om een cabin op het Suikerunieterrein (zie ook de Admiraal de Ruyterlaan) duurzaam in te richten.

Fabric Lab

Op het Suikerunieterrein bevindt zich onder andere het ‘Fabric Lab’. In dit lab wordt met studenten onderzoek gedaan naar experimentele en duurzame technieken en materialen in de mode-industrie. Daarbij kan gedacht worden aan het looien van visleer, het maken van duurzame kleurstoffen, het kweken van bioplastics maar ook de integratie van klassieke stoffen en (duurzaam) 3D geprinte objecten.

Cambridge English

Maar liefst 24 studenten hebben dit jaar het certificaat Cambridge English ontvangen. Cambridge English is één van de excellentieprogramma’s van het Alfa-college dat al vijf jaar succesvol wordt uitgevoerd in Hoogeveen en sinds twee jaar ook in Groningen. Het is bijzonder dat studenten Cambridge English B1/C1 kunnen volgen op een mbo-instelling en het Alfa-college is een van de weinige roc’s in Noord-Nederland die dit programma aanbiedt. In maart van dit jaar is het excellentieprogramma Cambridge English uitgeroepen tot ‘Best New Preparation Centre in the Netherlands’. De internationale jury roemde de bevlogenheid van de docent Engels en vindt het prachtig dat alle studenten van het Alfa-college, ongeacht hun niveau, de kans krijgen om aan het excellentieprogramma deel te nemen. Vanwege het succes is het excellentieprogramma Cambridge English met ingang van het schooljaar 2019-2020 uitgebreid. Het Alfa-college biedt het programma nu op alle locaties in Groningen aan in plaats van op één. In totaal kunnen maar liefst 64 studenten deze lessen volgen. Daarnaast zijn in Groningen een pilot Cambridge Business English en de medewerkerstraining Cambridge English toegevoegd aan het aanbod. Business English is geschikt voor studenten van economische en internationale opleidingen.

Grenzeloos leren

In dit project werken studenten, leerlingen en docenten van het Alfa-college, het Noorderpoort, de Hanzehogeschool Groningen en de CSG Wessel Gansfort samen aan het creëren van innovatief onderwijs. Tijdens de uitvoeringsdagen werkten de studenten en leerlingen samen aan concrete vraagstukken van onder andere Hotel Schimmelpenninck Huys, buurtcentrum Poortershoes en GOOV Muziektheater.

Doelbewust naar het buitenland

Een aantal eerstejaars studenten van de opleiding Juridisch-administratief medewerker is op uitwisseling geweest in het Oostenrijkse Abtenau. Deze uitwisseling is onderdeel van het excellentieproject ‘Doelbewust naar het buitenland’. Doel van dit project is onder andere beter te leren communiceren in het Engels. De studenten hebben in Oostenrijk een zoutmijn, een openluchtmuseum en de stad Salzburg bezocht. Daarnaast volgden ze verschillende lessen en werkten ze onder andere samen met Oostenrijkse, Roemeense, Duitse en Hongaarse studenten.

Kardinge

Opstart Vitaliteitscampus

In 2019 is een lange termijnvisie ontwikkeld voor de opleidingen Sport & Bewegen en Uniformberoepen. Als je aansluiting wilt blijven houden op toekomstige ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en technologische en maatschappelijke ontwikkelingen, is samen leren en ontwikkelen in en met het werkveld, met andere opleidingssectoren zoals Zorg & Welzijn, het hbo en maatschappelijke en overheidsinstanties absolute noodzaak. Afgestudeerde mbo’ers worden breder opgeleid en op die manier wendbaarder op de arbeidsmarkt. Vitaliteit wordt daarin een belangrijke spil. Vitale burgers, werknemers, werkzoekenden, studenten en alumni die vanuit eigen regie om kunnen gaan met een veranderende wereld met nieuwe technologieën en kennis en vaardigheden die de traditionele vakgebieden overstijgen; maar ook zichzelf ontwikkelen en toegaan naar een vitale levensstijl.

In 2019 is de eerste aanzet gegeven tot het vijfjarige programma ‘Vitaliteitscampus Groningen Vitaal!’. Het programma gaat bestaan uit de volgende programmalijnen:

  • het innoveren van de opleidingen en het onderwijsaanbod, zodat de kennis en vaardigheden van de studenten Sport & Bewegen, Uniformberoepen en Zorg & Welzijn beter aansluiten bij de vraag van de arbeidsmarkt én de maatschappij.
  • leven lang ontwikkelen stimuleren door kennis over vitaliteit te ontwikkelen voor, met en in het werkveld én deze kennis te delen met het werkveld.
  • de Campus richten op samenwerking en interactie met de maatschappij, bedrijven uit het werkveld, regionale organisaties en de inzet van nieuwe technologieën stimuleren.

In juni 2020 wordt hiervoor een subsidieaanvraag gedaan in het kader van het Regionaal Investerings Fonds.

Maartenshof brengt combi Zorg en Bewegen al in praktijk

In verpleeghuis Maartenshof in Groningen wordt in de praktijk al gewerkt met de nieuwe aanpak. Studenten van de opleiding Verpleegkunde geven daar les aan derdejaars studenten Sport & Bewegen met het profiel Bewegingsagogiek. Ze leren hoe je cliënten een jas aandoet en hoe je de tillift bedient. Andersom leren de Zorgstudenten hoe je ouderen in beweging brengt. Studenten vinden het inspirerend om samen te werken en ervoor te zorgen dat mensen langer vitaal blijven. In 2019 hebben twaalf studenten S&B dit certificaat gekregen. In 2020 gaan we door met hetzelfde concept. Het werkveld is enthousiast over dit project. Het is een mooi voorbeeld van hybride onderwijs in de praktijk. Dit wordt mogelijk verder uitgebreid in de Vitaliteitscampus.

Leren met het werkveld, binnen en buiten de school

De opleidingen van Sport & Bewegen en Uniformberoepen veranderen van onderwijs naar samen leren met het werkveld (hybride onderwijs). Het leren kan buiten of ook in de school. Dat is de uitdaging waar de onderwijsteams voor staan. Er zijn vele mooie voorbeelden te geven:

Peize in Beweging: sportactiviteiten voor kinderen
In het dorp Peize hebben vijf mannen met een passie voor een leven lang sporten en bewegen de koppen bij elkaar gestoken. Met ‘Peize in Beweging’ leveren zij een bijdrage aan sport- en bewegingsactiviteiten en -evenementen voor kinderen in Peize. Studenten van Sport & Bewegen en de Hanzehogeschool organiseren op woensdagmiddagen de activiteiten en leren in het werkveld. De activiteiten zijn gericht op de motorische, sociale en cognitieve ontwikkeling van de kinderen.

Project Zuidhorn: extra beweging voor kinderen
In 2019 is in Zuidhorn een project van start gegaan om kinderen meer in beweging te krijgen. Het project, dat uitgevoerd wordt in samenwerking met de voetbalvereniging in Zuidhorn, de christelijke basisscholen Het Anker en De Brug, de openbare basisschool De Borg en kinderopvang SKSG, is een initiatief van Sport & Bewegen. De studenten met het profiel Trainer/Coach Sport en Bewegen leren veel in de praktijk en worden opgeleid tot flexibele professionals. Voor de kinderen zijn er aantrekkelijke beweegactiviteiten en de betrokken partners worden ontlast.
De studenten vullen de momenten in dat kinderen ‘onbegeleid’ bewegen, zoals in de pauzes op school en de vrije tijd na school. Dit vormt een aanvulling op de georganiseerde momenten, zoals trainingen bij de sportclubs en gymles op school. Naast beweegmomenten tijdens de pauzes springen de studenten ook in op de vraag van het verenigingsleven. Bij de voetbalvereniging was er ’s middags geen trainingsmogelijkheid. Met dit project wordt iedere maandagmiddag na schooltijd een extra voetbaltraining gegeven voor de jeugdteams. Op deze manier krijgen de kinderen extra beweging en kan de voetbalvereniging zijn leden extra trainingsmomenten bieden.
Verder is ook Sociaal Werk De Schans betrokken bij het project. Buurtsportcoaches begeleiden de studenten bij de verschillende projecten. Met de studenten van het Alfa-college organiseren zij onder andere het buitensporttoernooi, de buitenlesdag en een fietscursus voor vluchtelingen.

De basisscholen willen graag samen leren. Naast meer beweging voor de kinderen hopen de scholen dat een deel van de studenten interesse heeft om in het onderwijs te werken. Het project wordt aan het eind van het schooljaar geëvalueerd. De partijen bepalen dan of de samenwerking wordt voortgezet.

Studenten niveau 1 en 2

In het onderwijs voor studenten van de opleidingen op niveau 1 en 2 bij Sport & Bewegen wordt gewerkt vanuit een strakke pedagogisch-didactische visie, zowel binnen school als daarbuiten. In 2019 heeft een groep studenten een periode gewerkt en geleerd bij de winkel Decathlon in Groningen. De dag werd begonnen met sport; daarna was er les en werd er in de winkel gewerkt. Decathlon heeft zo invulling gegeven aan haar maatschappelijke betrokkenheid. Over een mogelijk vervolg van deze samenwerking worden gesprekken gevoerd.

De studenten zetten zich ook in bij diverse activiteiten, zoals assisteren bij de jaarlijkse ijsbaan op de Grote Markt en het geven van fietslessen aan vluchtelingen in samenwerking met het Wij-team Helpman/De Wijert. Naast het leren buiten school is voor veel studenten van niveau 1 en 2 het leren op school prettig, in een vertrouwde klas, met een vaste structuur en met goede begeleiding door de ‘pedagogisch aanvoerders’ en coaches.

Uniformberoepen

Bij de opleidingen van Uniformberoepen komen cyber security en inzet digitale middelen sterker aan bod in het onderwijs. Een van de opbrengsten is dat bij de opleiding van Uniformberoepen VR-brillen ingezet gaan worden om te oefenen bij arrestatietechnieken en andere handhavingswerkzaamheden. Hiervoor worden simulaties ontwikkeld.

Johan Cruyff College

Het team van het Johan Cruyff College Groningen heeft in 2019 Barcelona bezocht. De reis bestond onder andere uit een bezoek aan CAR, het Papendal’ van Catalonië en een dag bij het Johan Cruyff Institute Barcelona, het hoofdkantoor van het academische netwerk. Dit heeft bijgedragen aan teambuilding en aan het opstellen van een innovatieplan waarin op basis van de visie en filosofie van het internationale Cruyff-netwerk topsport beter gepositioneerd wordt in Noord-Nederland.

Assen

Het Alfa-college heeft de opleidingen Sport & Recreatie op niveau 2 en Sport & Bewegen op niveau 3 en 4 in het gebouw van het Vincent van Gogh College in Assen. De opleidingen kenmerken zich door kleinschalige en persoonlijke opzet. De docenten in Assen zijn doorgaans ook specialisten die uit het werkveld komen en daar een nauwe verbinding mee hebben. Dit sluit aan bij het hybride onderwijsconcept, waar praktijk en theorie hand in hand gaan.

Voor niveau 3 en 4 is het sinds 2015 mogelijk de volgende profielen volledig af te ronden in Assen:

  • Buurt, Onderwijs en Sport
  • Sport, Bewegen en Gezondheid
  • Sportinstructie, Training en Coaching
  • Recreation, Adventure, Xtreme & Snow.

De opleidingen zijn in schooljaar 2019-2020 gestart met een clustering van de praktijkactiviteiten voor alle eerstejaars studenten van de klas Sport & Bewegen en de klas Sport & Recreatie. Op deze wijze hebben alle studenten gelijktijdig praktijkles van meerdere docenten, waardoor docenten en studenten nog beter met en van elkaar kunnen leren. Naast het leren geven van sportinstructie is een belangrijke kerntaak het organiseren van sportieve evenementen. De opleiding is zeer actief naar buiten toe; studenten en docenten worden gekoppeld aan sportevenementen in Assen en omstreken, waarbij ze werken aan het realiseren van de doelen vanuit deze kerntaken. Verder is er een grote ambitie om in 2020 het onderwijs volledig te kunnen aanbieden vanuit een eigen locatie. Daardoor kan er een volgende stap worden gezet in het creëren van een Vitaliteitscampus, waar sportprofessionals worden opgeleid in directe verbinding met de omgeving en in cross-over met andere sectoren.

Action Type
Het opleiden van trainer/coaches in de sport gebeurt in Assen vanuit de Action Type Benadering. Elke docent en student leert werken vanuit Action Type. Bij Action Type wordt uitgegaan van ieders unieke drijfveren, bewegings- en denk-voorkeurspatronen. Deze voorkeurspatronen zijn van invloed op gezondheid en manieren van trainen en coachen. Door ieders Action Type te kennen, kan daarop worden ingespeeld bij de training op cognitief, motorisch en emotioneel gebied. Zo heeft de ene volleyballer baat bij een hoge uitgangspositie bij het passen van de bal en de andere juist voordeel bij een lage houding.

Asser Sport Akkoord
De opleiding heeft geparticipeerd in het Asser Sport akkoord. Met vele stakeholders bereidt men een mooi sportakkoord voor van waaruit de nationale thema’s zoals inclusief sporten, duurzame sportinfrastructuur, vitale sport- en beweegaanbieders, positieve sportcultuur, vaardig in bewegen en topsport die inspireert worden meegenomen.

21st century skills

Dit schooljaar is voor alle opleidingen in het eerste leerjaar het onderdeel 21st century skills opgenomen in het onderwijsprogramma. In drie verschillende projecten, persoonlijk profileren, ondernemend gedrag en digitale vaardigheden, komen 21st century skills aan bod. In de laatste periode maken de studenten een keuze voor één van deze drie projecten en ronden daarmee het verplichte keuzedeel af. Studenten zijn positief. Docenten merken dat het basisniveau in digitale vaardigheden bij alle studenten omhoog is gegaan. Zo kunnen bijvoorbeeld alle eerstejaars studenten werken met Microsoft Teams. Ook volgend schooljaar krijgen alle eerstejaars weer dit aanbod in het onderwijs omdat het succesvol is gebleken.

Stagebureau Student & Event

Het stagebureau op Kardinge wordt steeds meer geprofessionaliseerd. Sinds schooljaar 2019-2020 heet het stagebureau Student & Event.
Interne klanten en externe organisaties en bedrijven kunnen activiteiten aanmelden waar ze stagiairs voor zoeken. Er wordt gezocht naar activiteitenstages die meer verdieping en een langer leermoment  bieden. Zo lopen studenten bij de volleybalvereniging Lycurgus nu vier keer een activiteitenstage. Andere voorbeelden van activiteitenstages zijn helpen bij Open dagen en meeloopdagen, het assisteren bij introductiekampen, bij het Springkussenfestival in MartiniPlaza en het Kickboksgala.
De activiteitenstages sluiten aan bij de 21st century skills, bijvoorbeeld op het gebied van flexibel reageren, kritisch kunnen denken en probleemoplossend vermogen als er zich onverwachts een technisch probleem voordoet. Waar Student & Event tegenaan loopt is dat de verenigingsstages van januari tot juni/september niet goed matchen met de schoolstages (september tot januari).
Om meer maatwerk te kunnen leveren voor studenten, wordt nog beter naar matching gekeken, bijvoorbeeld door meer aan te sluiten bij de woonplaats van de student of bij de interesses. In de toekomst moet het mogelijk worden activiteitenstages te kiezen die passen bij de eigen leerwensen.

Time in

Op de site www.allesoversport.nl is eind 2019 een artikel verschenen over studies naar de kosten en baten van interventies met sport en bewegen als werkzaam bestanddeel. De kosten en baten betreffen de maatschappelijke opbrengsten, zoals sociale besparingen of een betere kwaliteit van leven. Een van de effectieve interventies is ‘Time in’ met behulp van extra sportlessen, op de locatie Kardinge. Time in richt zich op eerstejaars studenten van niveau 2 die dreigen de school te verlaten zonder diploma. Deelname aan ‘Time in’ is een laatste kans voor de student om de opleiding te mogen voortzetten. Het doel, de aanpak en duur kunnen verschillen per student. Sport zoals judo wordt ingezet om het zelfvertrouwen, zelfbewustzijn en de zelfreflectie te bevorderen.
Voor de opbrengsten is in het programma onderscheid gemaakt tussen een lichte en een zware doelgroep. De lichte doelgroep heeft de cognitieve en sociale capaciteiten om het mbo-diploma te kunnen behalen. De zware doelgroep heeft vaak te maken met psychiatrische stoornissen die de schoolcarrière ernstig belemmeren. Het maximaal haalbare effect is de jongeren vaardigheden aan te leren die leiden tot een baan. Besparing op de maatschappelijke kosten van criminaliteit is in dit programma de belangrijkste opbrengst. Naar schatting zal 30 tot 40% van de jongeren zonder deelname aan ‘Time in’ crimineel gedrag vertonen. Bij deelnemers vermindert dit naar schatting tot 15%. Een andere belangrijke opbrengst is dat jongeren met een startkwalificatie op de arbeidsmarkt een hoger loon kunnen verdienen.

Kluiverboom

Deelname student Esmé Hemmes aan WorldSkills in Kazan

In de zomer van 2019 heeft Esmé Hemmes, student Schoonheidsverzorging aan de Kluiverboom, meegedaan aan de World Skills in Kazan. Esmé was één van de 30 nationaal mbo-kampioenen die Nederland vertegenwoordigde in de WorldSkills, de wereldkampioenschappen voor beroepen. Er doen meer dan 1600 jonge vakmensen aan mee, in allerlei vakgebieden.
De wedstrijdinhoud voor schoonheidsverzorging betrof de volgende onderdelen:

  • Volledige gezichtsbehandelingen
  • Lichaamsmassages inclusief hotstone massage
  • Wimper extensions
  • Nepnagels en gellak
  • Harsen van armen en benen
  • Visagie.

Hiervoor moesten nieuwe innovatieve technieken en producten worden aangeleerd. Esmé heeft dit samen met en in het werkveld geoefend. Esmé eindigde op een knappe negentiende plaats. De geleerde technieken en vaardigheden worden meegenomen in het onderwijs, zodat alle studenten hiervan profijt hebben.

Eerste branchediploma pedicure behaald

Het eerste branchediploma pedicure is uitgereikt. Dit keuzedeel biedt de opleiding aan in de opleiding (allround-) schoonheidsspecialist in samenwerking met de Noord Nederlandse Academie.

Inzet alumni

Bij Haarverzorging worden veel alumni ingezet bij het aanleren van nieuwe trends en producten in haarverzorging. Veel alumni, vaak met een eigen zaak, onderhouden een nauwe band met de opleiding op de Kluiverboom. Zij delen zo hun kennis en ervaringen met de huidige studenten.

Haarverzorging duurzamer

In 2019 is bij Haarverzorging fors ingezet op het thema duurzaamheid. Alle studenten en docenten doen hieraan mee. Van studenten van niveau 4 werd ook een grotere inhoudelijke bijdrage gevraagd. De studenten hebben eerst kennis opgedaan in onder andere een bezoek aan het gemeentelijk afvalbedrijf, daarna hebben zij het thema duurzaamheid verder uitgewerkt. Dit heeft geleid tot het verzamelen van lege haarverftubes, die naar een recyclingbedrijf werden gestuurd. Verder worden er papieren handdoeken gebruikt, die milieuvriendelijker zijn omdat er minder gewassen hoeft te worden. De studenten van niveau 4 doen verder onderzoek naar duurzaamheid in het kappersvak en ook duurzaamheid op de locatie Kluiverboom. In 2020 presenteren zij de conclusies en aanbevelingen uit het onderzoek aan het management van de Kluiverboom.

Zorgopleidingen

In 2019 hebben circa 70 studenten Verpleegkunde een keuzedeel gevolgd in de Health Hub in Roden. In de Health Hub hebben zij samen met studenten Human Technology en Engineering gewerkt aan vraagstukken vanuit het werkveld. In de toekomst wordt het samen leren en werken in de Health Hub onderdeel van het onderwijs van Verpleegkunde en is het niet meer facultatief als keuzedeel. Alle studenten werken daar aan onderzoekende vaardigheden en leren van de cross-over samenwerking met techniekstudenten.

Gildes en leernetwerken

Bij de opleiding Verpleegkunde constateren wij dat er een grote behoefte is aan goed opgeleid personeel. Waar het voorheen lastig was om studenten allemaal een goede plek te bieden gaan wij nu toe naar een tijd waar instellingen moeten ‘vechten’ om de student. Het woord Gildes is steeds minder van toepassing omdat dat een didactiek suggereert (student volgt beroepskracht) die niet past bij onze visie van opleiden. Leernetwerken of leerplatform en leerafdeling dekken nu meer de lading.

Ook constateren wij een grotere vraag naar samenwerking. Wij willen echt op de inhoud verbinden, een mooie ontwikkeling. Zo is een verdergaande samenwerking met Lentis in ontwikkeling. Met ZINN gaan wij een voorbereidend jaar starten voor studenten van niveau 2, 3 en 4.

Onderwijsassistent
Samen met collega’s van de opleidingen Pedagogisch werk en Sport & Bewegen wordt de opleiding KOB (Kinderopvang, Onderwijs, Bewegen) ontwikkeld die in augustus 2020 van start gaat. Een mooi voorbeeld van het aansluiten van het onderwijs op de praktijk door de vorming van de Integrale Kind Centra (IKC). En het maakt een prachtige cross-over zichtbaar tussen de drie opleidingen.

Ontwikkelingen bij diverse Zorg-opleidingen

Vliethovengilde in Delfzijl
In augustus 2019 is een groep studenten van de opleidingen Maatschappelijke Zorg & Verzorgende IG (niveau 3) en Helpende Zorg & Welzijn (niveau 2) gestart met Gildeleren in verpleeghuis Vliethoven (één van de locaties van De Hoven) in Delfzijl. De studenten volgen het laatste jaar van hun opleiding volledig in de praktijk. In de Vliethoven hebben ze een eigen leerhome en eigen werkplek. Het Vliethovengilde is een samenwerking van het Alfa-college, Noorderpoort en De Hoven. Voor de meeste studenten is het Gildeleren een beproefde methode als opstap naar een betaalde baan. Door werk, opleiding en het wonen dichtbij elkaar te organiseren geven de drie partners een belangrijke impuls aan de leefbaarheid van de regio Eemsdelta. Het motto is ‘binden, boeien en behouden’ om de zorgvoorziening in de regio te behouden.

Modulaire leerroute bij ZINN
Wij zijn druk bezig met het ontwikkelen van een modulaire leerroute samen met ZINN. In dit nieuwe onderwijsconcept zullen studenten Maatschappelijke Zorg & Verzorgende IG en Verpleegkunde vanaf leerjaar 1 hun opleiding gelijk volledig in de praktijk gaan starten. Vanaf februari 2021 zullen Helpende Zorg en Welzijn en de verschillende BBL-opleidingen hier ook bij aansluiten.

Maatschappelijke Zorg & Verzorgende IG (MZV)
Het aanbod aan keuzedelen voor de studenten Maatschappelijke Zorg & Verzorgende IG is fors uitgebreid, zodat er voor de studenten ook echt iets te kiezen is. Alle studenten hebben op hetzelfde moment keuzedelen in hun rooster staan; hierdoor kunnen zij zelfstandiger werken aan keuzedelen en is het mogelijk om gastdocenten en excursies te organiseren.

MZV heeft verkennende gesprekken gevoerd met de verschillende partijen die aangesloten zijn bij het op te richten Expertisecentrum in Delfzijl. Hierbij zijn de volgende partijen betrokken: De Hoven, Lentis, Zonnehuisgroep Noord, Noorderpoort, het Alfa-college en de Hanzehogeschool. Besloten is dat wij graag mee willen doen in het opzetten van een leernetwerk en wij willen hier ook de RIF-aanvraag voor de Vitaliteitscampus bij betrekken. Ook deze ontwikkelingen zullen breder worden getrokken dan alleen de opleiding Maatschappelijke Zorg & Verzorgende IG; ook Verpleegkunde. Sport & Bewegen en Helpende Zorg en Welzijn zullen hierbij aansluiten.
Bij de Leyhoeve zijn we ook bezig een nieuwe praktijk- en leerroute op te zetten. Deze instelling heeft aangegeven een nieuwe leerafdeling samen met ons op te willen zetten, waar in totaal 30 studenten hun opleiding zullen gaan volgen. Op initiatief van het Alfa-college wordt ook Noorderpoort hierbij  betrokken, zodat we dit samen kunnen gaan ontwikkelen. Hier zal het ook gaan om studenten van niveau 2 t/m niveau 4.
De opleiding Maatschappelijke Zorg & Verzorgende IG gaat in 2020 de eerste diploma’s uitgeven. In 2019 is hard gewerkt aan het goed onderwijskundig combineren van deze twee opleidingen, zodat studenten bij afronding van de opleiding twee diploma’s behalen.

2.5.2 Regio Hardenberg

Werkleerbedrijf Larcom

Het Alfa-college werkt samen met Larcom om jongeren met een (grote) afstand tot de arbeidsmarkt (studenten van Entree) een uitdagend leerprogramma aan te bieden op het gebied van Logistiek dat aansluit bij de theorie die zij op school krijgen. Hierbij worden ze begeleid door studenten Transport & Logistiek. In het magazijn van Larcom kunnen zij de opgedane kennis uit de theorie in de praktijk oefenen. Daarnaast worden er ook werknemersvaardigheden geleerd. Studenten krijgen een halve dag in de week les op de vestiging van Larcom in Hardenberg door hun eigen docent. Deze vorm van leren is een extra opstap naar een goede stageplek op de reguliere arbeidsmarkt.

Larcom is een toonaangevend werkleerbedrijf met een uitgebreide infrastructuur en een ervaren team van betrokken professionals. Wij geloven in samenwerken en zien ons als verbindende schakel tussen doelgroep, overheid en bedrijfsleven.

Werkleerbedrijf Moderna: IKStartNL

Moderna is een sterk groeiende onderneming waar kansen liggen voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt, waaronder statushouders. Het bedrijf is maatschappelijk betrokken en gelooft erin dat statushouders sneller integreren als zij onderdeel uitmaken van de maatschappij. In 2021 gaat de nieuwe Wet Inburgering in. De gemeente Coevorden en Hardenberg lopen vooruit op de nieuwe wet. Het project IKStartNL past daarbij. Het project komt voort uit een reeds bestaande samenwerking tussen beide gemeenten en Moderna. Het Alfa-college verzorgt de inburgeringslessen en taallessen op locatie. Het is voor elke deelnemer maatwerk om met opleiding en begeleiding zo snel mogelijk betaald werk te realiseren. De organisaties slaan de handen ineen om de deelnemers voor te bereiden op passend werk; vaak zijn de vergunninghouders lang uit de running geweest en is er ook een cultuurkloof. Op de werkvloer worden ze begeleid door een jobcach. Inmiddels zijn er zes cursisten begonnen aan dit traject.

Ervaringsleren

Het Alfa-college heeft in samenwerking met de gemeente Coevorden, Stichting de Nieuwe opbouw, diverse zorgorganisaties als de Treantgroep, de Tangenborggroep, ZorgThuis Saxenburggroep en Maatschappelijk werk Coevorden een nieuw soort traject ingericht: ‘Ervaringsleren’. Doel van het traject is om mensen uit de gemeente Coevorden, die nu om verschillende redenen gebruik maken van ondersteuning vanuit de gemeente Coevorden, een realistisch beeld te laten vormen in de sector Zorg en Welzijn met als doel deze mensen, of als vrijwilliger of als professional in de zorgsector en/of de welzijnssector aan de slag te laten gaan.

Dit biedt deelnemers de kans om kennis te maken met zorg en welzijn (niet geïndiceerde zorg) door als ’vrijwilliger’, met toestemming van de gemeente en eventueel met behoud van uitkering, ervaring op te doen in een werkveld in de zorgsector of welzijnssector.

Tijdens het traject kan de deelnemer zich oriënteren in het werkveld en op een opleiding in de zorg of welzijn. Mocht een opleiding niet tot de mogelijkheden behoren, dan kan de deelnemer mogelijk als (geschoolde) vrijwilliger binnen een organisatie blijven werken. Voor alle partijen dus een win-win situatie.

In samenwerking met de organisaties is er een plan ontwikkeld om mensen deel te laten nemen aan een traject dat zich richt op ervaringsleren. Het resultaat hiervan is een traject van tien weken, waarbij de deelnemers minimaal één dagdeel (en naar wens en mogelijkheden meerdere dagdelen) ervaring opdoen binnen zorg en welzijn. Daarnaast wordt er een dagdeel onderwijs geboden, waarbij onderdelen als communicatie, persoonlijke ontwikkeling, ziektebeelden en intervisie aan bod komen. De gemeente Coevorden en Maatschappelijk Welzijn Coevorden hebben potentiële deelnemers benaderd. Inmiddels is het traject gestart met veertien enthousiaste deelnemers.

Zelf Aan het Stuur (ZAS)

Het middelbaar beroepsonderwijs kent binnen opleidingen een toenemende instroom van studenten met specifieke ondersteuningsbehoeften. Dat zorgt voor spanning tussen enerzijds de maatschappelijke opdracht alle studenten op te leiden tot een startkwalificatie en anderzijds de noodzaak extra zorg en begeleiding te bieden om hen binnenboord te houden. Dit betreft een complexe opdracht, aangezien regionale opleidingscentra een drempelloze instroom kennen.

De huidige studentenpopulatie Dienstverlening niveau 2 heeft leerachterstanden, sociale en of persoonlijke problemen. Dat vraagt van docenten extra inzet op passende begeleiding. Dit komt overeen met ervaringen vanuit de Inspectie, die beschrijft dat in de onderwijspraktijk blijkt dat er een capaciteitsprobleem is bij de begeleiding van de grote aantallen mbo-studenten die extra ondersteuning nodig hebben en dat docenten vaak onmacht ervaren bij het afstemmen van het onderwijs op de individuele ondersteuningsbehoeften.

Om als docententeam deze begeleiding te kunnen bieden, hebben wij onderzocht hoe wij beter kunnen inspelen op de ondersteuningsbehoeften. Dit doen we door het aanbieden van thematische werkkaarten, gebaseerd op de onderwijskundige stroming van het sociaal constructivisme, met als grondlegger Vygotsky, waarbij studenten worden uitgedaagd om zelfstandig en in samenwerking contextrijk te leren. Hierbij stimuleren wij de 21ste -eeuwse vaardigheden als plannen, initiatief nemen, samenwerken, communiceren, creatief en verantwoord digitaal werken. Binnen deze gepersonaliseerde manier van onderwijs heeft de student eigenaarschap. Zo bepaalt de student eveneens de snelheid van afronden van de opleiding. Dit sluit aan op één van de belangrijke speerpunten van het huidig strategisch beleid. Voor de opleiding Dienstverlening bestaat het kwalificatiedossier uit twaalf werkprocessen, waarop de werkkaarten worden gebaseerd, we noemen die ZAS-kaarten. Omdat de ZAS-kaarten contextrijk zijn behelzen ze verschillende werkprocessen, generieke onderdelen en leervaardigheden. Daarnaast sluiten de werkkaarten aan bij het werkveld en de leervoorkeuren van de student. De student kiest kaarten die in complexiteit passen bij zijn ontwikkeling op dat moment. De student heeft de mogelijkheid om een kaart af te ronden met verschillende producten, waarbij hij een keuze kan maken passend bij zijn leervoorkeur.

Deze gepersonaliseerde manier van werken stelt de docent in staat om (extra) begeleiding te bieden, zowel op algemene als specifieke ondersteuningsbehoeften. Concluderend: ZAS biedt de mogelijkheid in te spelen op een persoonlijke leerroute, waarbij de student samen met de docent(en) keuzes kan maken die bij hem of haar passen. ZAS geeft met name de ruimte voor keuze in tempo en inhoud. De persoonlijke ontwikkeling van de student staat centraal. Met ZAS verkleinen wij de afstand voor kwetsbare groepen tot de arbeidsmarkt en vergemakkelijken wij de doorstroom naar vervolgopleidingen, zoals de opleiding Maatschappelijke Zorg/ Verzorgende IG (MZ/VZ) niveau 3 en Pedagogisch Werker (PW) niveau 3.

Met ZAS wordt een beroep gedaan op de intrinsieke motivatie van de student, waardoor studenten actief betrokken zijn bij wat en hoe ze leren. Ze leren daarmee niet alleen het antwoord, maar ook de manier hoe je tot het antwoord komt en wat je daarbij nodig hebt. Dit sluit aan bij de missie van het Alfa-college, namelijk dat wij jongeren en volwassenen opleiden als persoon en als vakman voor de samenleving van nu en straks.

Noah (voorheen Nursing Anne)

Nursing Anne Simulator is een geavanceerde diagnosepop voor klinische training, waarbij studenten belangrijke verpleegkundige vaardigheden veilig en realistisch kunnen oefenen, van standaard beoordelingen en kritisch denken tot uitgebreide ingrepen. Deze pop heeft van ons de naam Noah gekregen. Het is de nieuwste ontwikkeling op dit gebied en biedt mogelijkheden om aan de groeiende eisen, die aan de opleidingen Verzorgende-IG, MZ/VZ en MBO Verpleegkundige worden gesteld, te voldoen. Daarnaast zijn er andere opleidingen met zorgelementen in het curriculum waarvoor Noah bij uitstek geschikt is.

Noah bevat software die je kunt uitbreiden met programma’s. ICT-studenten kunnen op basis van verpleegkundige casuïstiek Noah programmeren. Zodoende kan het bestaande aanbod rijkelijk en veelzijdig worden uitgebreid om uiteindelijk toonaangevend onderwijs te creëren.

Noah biedt ons daarmee prachtige mogelijkheden om ons te profileren in de regio. Zo kunnen wij trainingen organiseren in het kader van Leven Lang Ontwikkelen voor het werkveld. We kunnen alumni van diverse opleidingen aan ons binden door nascholingsprogramma’s te bieden. We zien samenwerkingsmogelijkheden met het hbo, waarbij we onze doorlopende leerlijn kunnen versterken.

Improvisatietheater

Improvisatietheater is een dramamethode waarin skills en taalontwikkeling centraal staan, voor studenten en laaggeletterden die hierbij extra ondersteuning kunnen gebruiken. Deze methode zetten we in bij de opleidingen ICT, Entree NT2, en MZ/VZ in de overgang van niveau 2 naar 3 en bij de laaggeletterden via taalpunt Hardenberg.

Improvisatietheater is bij uitstek geschikt om te werken aan mondelinge taalvaardigheid en woordenschatontwikkeling, vooral voor studenten met verschillende (culturele) achtergronden en taalniveaus. De aandacht voor non-verbale communicatie en het werken aan thema’s die aansluiten bij de belevingswereld van de student zijn hierbij belangrijke succesfactoren.

Het is een vorm waarin verschillende games (spelvormen/opdrachten) zitten die je in gezamenlijkheid uitvoert. De kracht van deze vorm zit er in dat het publiek erbij wordt betrokken. Het publiek bepaalt veelal de locatie, relatie of anderszins. Doordat het publiek betrokken wordt, is er meer aandacht voor de spelers en meer interactie tussen de spelers en het publiek. Wat je ontwikkelt door deze vorm is dat je als mens aandacht hebt voor de ander, je accepteert en respecteert wat de ander laat zien, je hebt geen vooroordeel maar neemt de ander zoals hij is en wat hij laat zien. Als speler leer je de inbreng van de ander (het publiek) accepteren. Alles wat het publiek inbrengt, is goed en hier geef je geen mening over, je accepteert het en laat het zien, uitgezonderd discriminerend of agressief gedrag.

Deze vorm spreekt veel mensen aan omdat het afwisselend is en snel. Om goed te kunnen improviseren heb je skills nodig die je in het dagelijks leven goed kunt gebruiken. Deze 21st century skills waarmee gewerkt wordt zijn samenwerken, creatief denken, communiceren, problemen oplossen, sociale en culturele vaardigheden en zelfregulering. Daarnaast worden vaardigheden ingezet zoals het kunnen accepteren, incasseren en reageren.

Als dit in balans is kun je elke situatie aan. Je wordt je ervan bewust wanneer je accepteert of blokkeert. Als je blokkeert loopt een scene niet goed. Door de scene stop te zetten en te onderzoeken hoe dat komt en hierover in gesprek te gaan, ontwikkelt de student deze skills.

Daarnaast staat spelplezier voorop. Deelnemers respecteren elkaar en sluiten niemand buiten. Lef hebben en niet bang zijn om te falen. Falen mag!

Improvisatie traint het creatief denken, je leert binnen de creatieve zetting om een accepterende, positieve en ondersteunende basishouding ten opzichte van je medespelers en van jezelf te ontwikkelen.

Projectonderwijs

Binnen de opleidingen Travel & Hospitality, Leisure & Hospitality, Facilitair leidinggevende, Manager Ondernemer Horeca en Kok zien we een terugloop in studentenaantal. Het betreft allemaal BOL-opleidingen. In het kader van doelmatigheid is de discussie gevoerd of het wenselijk is om deze opleidingen in de lucht te houden. In een regio waar toerisme en recreatie zo belangrijk is voor de economie, lijkt het van belang om deze opleidingen aan te blijven bieden. Al vraagt dit wel nader onderzoek om antwoord te krijgen op de vraag waarom het aantal studenten dan niet toeneemt. Hierbij wordt zeker ook de mogelijkheid van de derde leerweg meegenomen.

Voor dit moment staan we voor de uitdaging om kwalitatief goede en betaalbare opleidingen aan te bieden. Binnen al deze opleidingen is de kernwaarde hospitality. Meer nog dan vakmanschap vraagt het om goed ontwikkelde 21st century skills. Je moet nu eenmaal van alle markten thuis zijn en je persoonlijke inzet en betrokkenheid is daarbij cruciaal. Het lijkt dan ook logisch om dit veel prominenter in de onderwijsvorm zichtbaar te maken. We zijn dan ook gestart met projectonderwijs waar samenwerken over de opleidingen heen voorop staat.

Het skillsonderwijs is binnen de opleiding Dienstverlening niveau 2 (DV2) profiel Helpende Zorg en Welzijn (HZW), MZ/VZ, MZ niveau 4 en Verpleegkunde (VP) een belangrijk onderdeel van de opleiding en voorbereiding op het werken in de zorg. Het niet correct of fout uitvoeren van skillsvaardigheden is risicovol en in een aantal situaties zelfs levensbedreigend.

Voor alle genoemde opleidingen is in de kwalificatiedossiers een apart werkproces voor de ADL-vaardigheden respectievelijk verpleegtechnische vaardigheden opgenomen. De examinering van deze werkprocessen telt verhoudingsgewijs zwaar mee.

Het is voor de opleiding DV2, MZ/VZ, MZ4 en VP een uitdaging om te voldoen aan de skillsvaardigheden die het huidige werkveld vraagt van de toekomstige medewerkers, onze studenten.

Mogelijke oorzaken hiervoor zijn:

  • Het huidige personeelsbestand heeft te weinig docenten met een achtergrond op het gebied van ADL- en verpleegtechnische vaardigheden (ADL zijn AlgemeenDagelijkseLevensverrichtingen).
  • Van het huidige personeelsbestand, dat wel de skillslessen mag verzorgen, heeft niet iedereen een up-to-date kennis en kunde van de skillsvaardigheden. Een aantal docenten is niet meer BIG-geregistreerd.
  • De flexibele schil van de opleidingen is te beperkt om nieuwe, gekwalificeerde, BIG-geregistreerde verpleegkundedocenten aan te stellen.
  • T.g.v. het huidige opleidingsstelsel (verdwijnen van de docenten opleiding Verpleegkunde en de nieuwe opleiding docent Zorg en Welzijn) is het aanbod van docenten met een verpleegkundige achtergrond te beperkt om kwaliteit op het gebied van verpleegtechnische vaardigheden te waarborgen. Het merendeel van de afgestudeerden heeft geen voorkennis en ervaring in de zorg.

Binnen de skillslessen wordt regelmatig gebruik gemaakt van de inzet van gastdocenten. Veel van deze gastdocenten zijn alumni en voelen zich verbonden met het Alfa-college. De gastdocenten zijn ook vaak betrokken als assessor bij praktijkexamens en in de praktijk werkbegeleider van onze studenten. De samenwerking tussen de zorgopleidingen en gastdocenten geldt als uitgangspunt om het skillsonderwijs vorm te geven. Met hen richten we een skillsgastdocententeam in waarbij de gastdocenten zich intensiever en voor langere tijd verbinden aan het Alfa-college. Voor de uitvoering gaan we uit van een groep van 20 tot 30 gastdocenten die aangestuurd worden door een docent.

Breed niveau 2

In Hardenberg kampen we al meerdere jaren met kleine studentaantallen in verschillende niveau 2 opleidingen (met name in de BOL). Daarbij spelen de volgende zaken een rol:

  • De kwetsbaarheid van de opleiding en de opleidingsteams.
  • De gevraagde expertise van de docent is niet bij elke collega voldoende aanwezig.
  • Inhoudelijk is er een behoorlijke mate van overlap in de verschillende kwalificatiedossiers
  • De arbeidsmarkt vraagt of om een breder opgeleide student of om een vakspecialist (kok, chauffeur etc.).
  • De student moet beschikken over 21st century skills en goede werknemersvaardigheden.

Kortom aanleiding genoeg om ook in onze regio van start te gaan met de start van een brede niveau 2 opleiding rondom Dienstverlening niveau 2, Administratie, Handel en Transport & Logistiek. Techniek en Horeca laten we buiten beschouwing, gezien de ambachtelijke vaardigheden die deze opleidingen vragen.

2.5.3 Regio Hoogeveen

 

LeerKRACHT/ Kr8werk

In 2018 zijn we in drie onderwijsteams gestart met het werken volgens de leerKRACHT-methode. De LeerKRACHT-aanpak helpt om een verbetercultuur te creëren, waarmee je als docenten van elkaar leert en samen met je studenten en het management het onderwijs verbetert. De drie belangrijkste doelen die we daarmee willen bereiken zijn betrokkenheid van de studenten bij het onderwijs, werkplezier van docenten en het onderwijs verbeteren. De LeerKRACHT-instrumenten die daar bij horen vormen in samenhang met elkaar de basis van deze aanpak.
De teams die werkten met Kr8werk zijn heel positief over de methode en daarom hebben we in 2019 nog vier nieuwe teams benaderd die ook werken volgens deze methode. Daarvoor hebben we nu nog de hulp nodig van Stichting LeerKRACHT. We streven er naar om de methodiek ons zo eigen te maken dat we uiteindelijk zonder de Stichting LeerKRACHT verder kunnen. Daartoe leiden we onze eigen mensen op tot school- en expertcoaches en hebben we binnen het Alfa-college een ondersteuningsstructuur opgezet van coaches van de verschillende regio’s onder aansturing van een projectleider.

Pilot Business krijgt vervolg

Vorig jaar zijn de opleidingen van de Business School gestart met een pilot voor alle eerstejaars studenten Business Economie en Ambachten. Deze studenten konden zich tien weken lang twee middagen per week inschrijven voor specifieke vakken. Het ging daarbij om vakken met een verdiepend en/of verbredend karakter, met een remediërend karakter of om een specialistisch vakgebied (zoals bijv. wijnkennis, EHBO/BHV en e-commerce). Deze pilot is succesvol verlopen. De docenten hebben in de pilot kunnen schaven aan de systemen. De studenten waren het met de opzet zeer eens, alleen was niet altijd alle keuze mogelijk. Daar hebben we voor het schooljaar 2019-2020 op ingezet. Het doel van de pilot was te bekijken wat er aan aanbod naast elkaar zou moeten, hoe de systemen gebruikersvriendelijk gemaakt konden worden en hoe de kinderziektes richting de studenten er uit konden worden gehaald. De pilot is na de zomervakantie uitgebreid zodat ook de studenten van leerjaar 2 en 3 hieraan kunnen deelnemen.

Uniformberoepen

De opleiding Beveiliger heeft veranderingen aangebracht in het curriculum. De aanleiding hiervoor waren de signalen die de opleiding ontving van zowel studenten als het beroepenveld.
Vanuit studenten kwam het signaal dat de communicatie van docenten naar studenten beter kon. Er is gekeken naar de stroomlijning van de communicatie en de inhoud van de communicatie. Op beide punten zijn verbeteringen aangebracht. We verwachten dat studenten beter weten wat er van hen in de opleiding verwacht wordt en dat zij hierdoor ook betere studieresultaten gaan behalen.
Daarnaast is er gewerkt aan het signaal van het beroepenveld dat aangaf dat het wenselijk was dat de student beter werd voorbereid op de stage. Zo bleek dat het beroepenveld het wenselijker vond dat de studenten voorafgaand aan de stage al in het bezit waren van EHBO- en BHV-diploma’s. Deze vakken waren wel in het kwalificatiedossier opgenomen, maar werden veelal na de stages ingepland.
Het gehele curriculum van de opleiding is onder de loep genomen en behalve de hierboven genoemde wijziging is ook nog gekeken naar een meer evenwichtige verdeling van het curriculum over het jaar en een betere afstemming tussen het Algemeen Vormend Onderwijs (zoals taal en burgerschap) en de beroepsgerichte vakken. Hoe meer samenhang tussen deze vakken gecreëerd wordt, hoe beter de leerresultaten van de studenten.
De studenten die gestart zijn in schooljaar 2019-2020 gaan werken volgens het nieuwe curriculum. De verwachting is dat de studenten door de verbeterde communicatie en het aangepaste curriculum betere resultaten halen. In 2020 zal uit de evaluatie blijken of dit ook daadwerkelijk het geval is.

Transport en Logistiek

De subexamencommissie van de opleiding Transport en Logistiek heeft gewerkt aan enkele kwalitatieve verbeteringen met betrekking tot de afname van examens (proeven van bekwaamheid), met als doel om de constante kwaliteit van afname te waarborgen. Waar voorheen de examens werden afgenomen door beoordelaars vanuit de praktijk, is er nu voor gekozen om onafhankelijke externe examinatoren in te schakelen. Zij kennen het kwalificatiedossier en hebben gedegen en actuele kennis van de exameninstrumenten en de wijze van examineren. Daarnaast is ervoor gekozen om de examens af te nemen in een speciaal daarvoor ingerichte examenlocatie die voldoet aan de vereisten en zijn ook alle materialen gestandaardiseerd. Dit alles met als doel om het examen gestandaardiseerd en onder zo realistisch mogelijke omstandigheden af te nemen. Al het voorbereidende werk is nu gereed. Volgend schooljaar zullen de eerste studenten op deze nieuwe manier hun examen afleggen.
Naast verbeteringen op het gebied van examinering heeft het team Transport en Logistiek ook gewerkt aan de verbetering van de doorlopende leerlijnen. De aanleiding hiervoor was dat studenten niet helemaal tevreden waren over de gehanteerde concentrische leerlijn. Zo was onder meer voor de opleiding op niveau 4 de studiebelasting onevenredig verdeeld over de leerjaren. Een docent van deze opleiding heeft in het kader van zijn pedagogisch-didactische opleiding onderzoek gedaan naar de opzet van de doorlopende leerlijn. Hij kwam tot de conclusie dat deze leerlijn niet goed aansloot bij wat de studenten nodig hebben; op basis van zijn bevindingen is een verbetervoorstel gemaakt.
Dat voorstel heeft betrekking op enkele wijzigingen in het curriculum. Er is gekozen voor een meer gedifferentieerde opbouw, waarin de verschillende mbo-niveaus recht wordt gedaan. Dit geeft studenten betere ondersteuning bij het leren beheersen van de stof. Hiermee verwachten we dat de studenttevredenheid wordt vergroot en dat de rendementen omhoog gaan. Volgend schooljaar gaan we van start met het nieuwe curriculum en evalueren we met de studenten de doorgevoerde verbeteringen.

Experience welzijn

De opleiding Welzijn heeft de 'Experience' ontwikkeld. Dat is een periode van 10 lesweken, waarin de studenten eerst 7 weken theorielessen krijgen en de andere 3 weken gebruiken voor een ervaringsopdracht, de Experience. Het doel van deze Experience is dat studenten niet alleen gaan leren, maar ook gaan ervaren. Het idee hierachter is dat theorie en praktijk ook buiten de stage meer bij elkaar moeten komen. Niet alleen leren uit een boek, maar ook iets doen met de theorie. Van studenten wordt verwacht dat zij zelf invulling en vorm gaan geven aan hun eigen onderwijs en dat zij dus meer in ‘the lead’ zijn. De opdracht waaraan gewerkt wordt, wordt in kleine groepjes uitgevoerd. Niet alleen binnen de school wordt daaraan gewerkt, maar ook buiten de school.

In september heeft de eerste groep studenten gewerkt aan hun Experience. Een voorbeeld van een opdracht was dat studenten een voorleesboek voor kinderen moesten maken. Compleet voorzien van illustraties en zowel in de Nederlandse taal als in de Engelse taal. Een uitdagende opdracht die de studenten succesvol hebben uitgevoerd.

De Experience wordt nog verder doorontwikkeld, maar wordt in elk geval als standaardonderdeel van het curriculum opgenomen in alle leerjaren van de opleiding Welzijn.

Proeftuin techniek en zorg

‘De Proeftuin’ is een initiatief van onder andere verschillende zorginstellingen, SBB en het Alfa-college. Studenten van de opleidingen Zorg en Techniek hebben samengewerkt in het project 'De Proeftuin'. Het doel van dit project was om de samenwerking van deze opleidingen te versterken en te verbeteren. Het afgelopen jaar hebben meerdere studenten gewerkt aan innovaties in de zorg, met als doel: een betere kwaliteit van leven en zorg voor patiënten. Daarvoor zijn goede technische oplossingen nodig, die technici alleen kunnen bouwen wanneer zij inzicht hebben in de vraag en behoefte van de patiënt. Iets wat de zorg moet aangeven.

Zo zijn de studenten onder andere aan de slag gegaan met een zogenaamde ‘Zorgtechniekkoffer’ met daarin (technische) hulpmiddelen, zoals een persoonsalarmering en een bedmat. Zorgprofessionals kunnen deze zelf installeren in de woning van een cliënt. De zorgstudenten leerden hierdoor meer over het toepassen van techniekmiddelen tijdens het uitvoeren van hun dagelijkse werkzaamheden, waardoor ze cliënten een betere kwaliteit van leven kunnen geven. De techniekstudenten ontwikkelden tijdens deze projectperiode een zogenaamde ‘sprekende nachtlamp’ op basis van een actuele cliëntcasus. Op het moment dat een cliënt, die vaak nachtelijk dwaalde, uit bed kwam kreeg hij nu een melding van de tijd. Daardoor werd de cliënt zich bewust van het (nachtelijke) tijdstip, waarna hij weer terugkeerde in zijn bed en niet de hele nacht uit bed bleef en televisie ging kijken.

Dit project was niet alleen leerzaam voor de studenten, maar ook voor het werkveld. Ook van hen werd verwacht dat zij met een 'andere bril' naar probleemstellingen in elkaars vakgebied gingen kijken. Het spreken van elkaars taal is daarbij onontbeerlijk, maar blijkt wel nog steeds een uitdaging.

Green beauty circle

Studenten van de opleiding Haar- en Schoonheidsverzorging zijn gestart met het innovatieve project ‘Green beauty circle’. Er staan grote veranderingen in de beautybranche te wachten. Dit zal gevolgen hebben voor de manier waarop we tegen het gebruik en hergebruik van materialen aankijken. Het is belangrijk om als school op deze ontwikkelingen in te spelen. In dit project gaan studenten en docenten, in samenwerking met het bedrijfsleven, op zoek naar duurzame en recyclebare producten  voor haar en lichaam. De studenten zijn in schooljaar 2019-2020 gestart met de organisatorische voorwaarden en het onderzoekkader van dit project. Ook hebben zij contacten gelegd met bedrijven, die voorloper zijn in de branche en de nieuwste vormen van technologie en duurzaamheid reeds toepassen in hun producten. 

In 2020  gaan de docenten en studenten een presentatie geven aan het werkveld over datgene wat er is opgehaald aan kennis en hoe we dat gaan implementeren. Dan worden ook de eerste activiteiten in de beautysalon gestart, bijvoorbeeld een behandeling uitvoeren met duurzame producten. Het is de bedoeling om deze onderwijsinnovatie onderdeel te laten uitmaken van het huidige onderwijsprogramma in alle leerjaren.

Kennis- en Doe-centrum Circulariteit, Energie en Duurzaamheid

Op 15 juni vond de opening plaats van het Kennis- en Doe-centrum Circulariteit, Energie en Duurzaamheid. Dit kenniscentrum is  een plaats waar studenten, docenten, het bedrijfsleven en overheden vraagstukken kunnen inbrengen die betrekking hebben op deze drie thema’s. Het Alfa-college is sinds de introductie van het speerpunt Energie en Duurzaamheid op zoek naar manieren om dit vorm te geven. Het energieakkoord van het huidige kabinet legt daar nog meer druk op. Het centrum moet een bijdrage leveren voor de diverse groepen in de samenleving, studenten, docenten, bedrijfsleven en burgers.

De technische opleidingen werken al enige jaren met projectonderwijs en energie en duurzaamheid zijn daarin een regelmatig terugkerend thema. Ook in de regio vindt een aantal ontwikkelingen plaats die het belang van het centrum versterken. Bork, een van de grootste sloopbedrijven in de regio, realiseert op dit moment een materialen-HUB waar materiaal uit sloopprojecten naar toe gebracht worden, gerefurbishd, opgeslagen en weer in het (circulaire) bouwproces wordt ingebracht. De gemeente Hoogeveen realiseert een waterstofwijk Nijstad. De woningen in deze wijk verkrijgen warmte en elektrische energie uit waterstof. VEPA, een van Nederlands grootste producenten van school- en kantoormeubilair ontwikkelt duurzame meubels van gebruikte kunststofflessen en bermgras. Daarnaast is de firma bezig om haar productieprocessen afvalvrij te maken. Een van de belangrijkste voertuigen in de ontwikkeling van het centrum is de circulaire verbouwing van het Alfa-college in Hoogeveen. In de voorbereiding van het verbouwproces hebben studenten projecten uitgevoerd om de mogelijkheden van circulariteit in beeld te brengen. Tijdens de verbouwing hebben studenten geparticipeerd bij de werkzaamheden, maar ook bij de bijeenkomsten waar de mate van circulariteit in het proces gemonitord en bijgesteld werd. Bij alle deelnemers aan deze overleggen was sprake van een steile leercurve. Door studenten en docenten in projecten te betrekken bij de vernieuwbouw heeft het er voor gezorgd dat de opgedane kennis geborgd is en onderdeel is geworden van het onderwijsprogramma. Om deze kennis niet alleen te ontsluiten voor het initieel onderwijs, maar ook voor zittend personeel en zij-instromers in het kader van Leven Lang  Ontwikkelen, is het doel van het Kennis- en Doe-centrum, samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven in een realistische omgeving. De nadruk ligt op hoogwaardige praktische kennis die noodzakelijk is om de innovaties in de techniek, nodig voor de energietransitie, toe te passen.

Lees meer